Direct naar (in deze pagina): Hoofdnavigatie, Zoeken, English, Polski.

Logo SZW – Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Huidig dossier: Bedragen sociale zekerheid Direct naar (in de site): Uitkeringen

Sociale verzekeringen en uitkeringen (januari) 2010

naar bovenPremieoverzicht



 

Premies per 1 januari 2010

Volksverzekeringen
(premieafdracht aan de Belastingdienst)

premie %

AOW

ANW

AWBZ


werkgever

-

-

-


werknemer

17,90

1,10

12,15


De premies worden - in één bedrag met de loonbelasting - geheven over een belastbaar inkomen uit werk en woning. Hierbij geldt voor iedereen een algemene heffingskorting.

Afhankelijk van de situatie zijn verschillende heffingskortingen mogelijk.



Premies
per 1 januari 2010

Werknemersverzekeringen
(premieafdracht aan de Belastingdienst)

Premie %

WAO/WIA-basispremie

WAO
uniforme
rekenpremie

WGA
gedif.
rekenpremie

WW 
(AWf)1)

WW  
(Sfn)   

KO
Verplichte bijdrage kinder-opvang

ZVW

Werkgever

5,70

0,07

0,59

4,20

1,482)

0,34

7,05

Werknemer

-

-

-

-

-

-

-


1) Marginale premiepercentage Algemeen Werkloosheidsfonds (AWf-premie) vanaf franchise € 64,- per dag

2) Gemiddelde sectorpremie


Het maximum premieloon werknemersverzekeringen is € 186,65 per dag.

Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) / Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)

  • De premie bestaat uit drie gedeelten:
    • de basispremie die voor alle werkgevers gelijk is;
    • de uniforme WAO-premie die is vastgesteld op 0,07%;
    • de gedifferentieerde WGA-premie die op individuele basis geheven wordt. De rekenpremie die UWV heeft vastgesteld is voor 2010 0,59%.
  • Werkgevers die ervoor gekozen hebben het WAO-risico en het WGA-risico zelf te dragen, betalen alleen de basispremie WAO/WIA. Deze werkgevers hebben ervoor gekozen om het financiële risico op gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid van hun werknemers helemaal zelf te dragen of onder te brengen bij een private verzekeraar of bij UWV.
  • Een werkgever die arbeidsgehandicapten (her-)plaatst of ouderen in dienst heeft, kan premiekortingen krijgen;
  • De WAO/WIA-premie wordt betaald over ten hoogste € 4.059,63 per maand.

Werkloosheidswet (WW)

  • De WW-premie bestaat uit meer delen:
    • een deel dat ten gunste komt van het Algemeen Werkloosheidsfonds (Awf);
    • een deel dat ten gunste komt van het Sectorfonds en;
    • een opslag op de sectorpremies als bijdrage in de kosten voor de kinderopvang.
  • De WW-premie wordt betaald over ten hoogste € 4.059,63 per maand.
  • Bij overheidswerkgevers geldt een andere wijze van premieheffing.

Zorgverzekeringswet (ZVW)

Naast de nominale premie ZVW moet iedere verzekeringsplichtige een inkomensafhankelijke bijdrage leveren. Deze inkomensafhankelijke bijdrage ZVW (2010: 7,05%) wordt vergoed door de werkgever. De werknemer moet echter wel weer loonbelasting / premie volksverzekering over deze vergoeding betalen.

De maximum premie-inkomensgrens voor de Zorgverzekeringswet is € 33.189,- per jaar

naar bovenAlgemene kinderbijslagwet (AKW)

De Algemene Kinderbijslag Wet (AKW) biedt ouders een tegemoetkoming in de kosten die het opvoeden en verzorgen van kinderen tot 18 jaar met zich mee brengt.

Wie komt ervoor in aanmerking?
Ouders van kinderen tot 18 jaar hebben recht op kinderbijslag. De hoogte van de kinderbijslag hangt af van de leeftijd van het kind. Voor kinderen geboren voor 1 januari 1995 telt ook de gezinsgrootte mee.

Afhankelijk van het uit- of thuiswonend zijn van het kind, de eventuele inkomsten uit arbeid van het kind en in bepaalde gevallen de hoogte van de onderhoudsbijdrage, telt een kind voor één of twee kinderbijslagkinderen.

Hoe hoog is de kinderbijslag?


Kinderen geboren vóór 1 januari 1995:

Voor kinderen van 12 t/m 17 jaar in gezinnen met:

Per kwartaal:

1 kind

€ 278,55

2 kinderen

€ 313,25

3 kinderen

€ 324,81

4 kinderen

€ 350,23

5 kinderen

€ 365,47

6 kinderen

€ 375,64

7 kinderen

€ 382,90

8 kinderen

€ 396,22

9 kinderen

€ 406,57

10 kinderen

€ 414,85


Kinderen geboren op of na 1 januari 1995:

Voor kinderen van:

Per kwartaal:

0 t/m 5 jaar

€ 194,99

6 t/m 11 jaar

€ 236,77

12 t/m 17 jaar

€ 278,55



Kinderbijslag aanvragen
Ouders ontvangen de aanvraagformulieren vanzelf thuis. Binnen Nederland geeft de gemeente de gegevens van de ouders en die van de baby na de aangifte door aan de Sociale Verzekeringsbank (SVB).

Wie niet in Nederland woont, of pas net met het gezin naar Nederland is gekomen, moet zelf een aanvraagformulier opvragen bij de SVB.

naar bovenAlgemene ouderdomswet (AOW)

De Algemene Ouderdomswet (AOW) is een basispensioenvoorziening voor mensen die 65 jaar of ouder zijn. Daarnaast kent de AOW een partnertoeslag voor AOW’ers waarvan de partner jonger dan 65 jaar is en geen of weinig inkomen heeft.


Verplicht verzekerd

Iedereen die rechtmatig in Nederland woont, is tussen het 15e en 65e levensjaar verplicht verzekerd voor de AOW. Er bestaat geen onderscheid tussen mannen en vrouwen of werkenden en niet-werkenden. Ook als u niet in Nederland woont, maar hier wel werkt en op grond daarvan onder de loonbelasting valt, bent u verzekerd.

Wanneer AOW?
AOW gaat in op de eerste dag van de maand waarin iemand 65 wordt. Het AOW-pensioen wordt aan het einde van iedere maand betaald. Het recht op AOW-pensioen eindigt op de eerstvolgende dag na overlijden. Het AOW-bedrag hangt af van de woonsituatie en hoeveel jaren iemand voor de AOW verzekerd is geweest.

Hoe hoog is de AOW?

Bruto maandbedragen per 1 januari 2010

AOW

Vakantietoeslag

alleenstaande

€ 1.017,97 

€  56,97

alleenstaande ouder met kind tot 18 jaar

€ 1.289,67

€  73,27

gehuwd / samenwonend (dus beide partners 65 jaar of ouder)

€    698,58

€  40,69

gehuwd / samenwonend zonder partnertoeslag (partner jonger dan 65 jaar)

€   698,58

€  40,69

gehuwd / samenwonend met volledige partnertoeslag (partner jonger dan 65 jaar)
Als de partner meer verdient dan € 1.237,35 bruto, ontvangt u geen toeslag meer.

€ 1.397,16

€  81,38


Als het AOW-pensioen is ingegaan vóór 1 februari 1994 en de partner is nog geen 65 jaar, dan gelden de volgende bedragen:

gehuwd / samenwonend (partner jonger dan 65 jaar)

€ 1.017,97

€  56,97


Let op!

  • De bedragen die hier genoemd worden, zijn volledige AOW-uitkeringen. Wie pas later in Nederland is komen wonen of een aantal jaren in het buitenland heeft gewoond, zal waarschijnlijk een lagere uitkering krijgen. Voor ieder jaar 2% minder AOW.
  • De genoemde bedragen zijn bruto maandbedragen. De Sociale Verzekeringsbank houdt belasting en premies in op het pensioen en ook de inkomensafhankelijke bijdrage voor de zorgverzekering.
  • De vakantietoeslag bouwt u per maand op en ontvangt u in mei.


Tegemoetkoming
Naast het AOW-pensioen heeft iedere AOW’er recht op een tegemoetkoming. Deze AOW-tegemoetkoming is   voor 2010 € 411,12 (per jaar)


Wanneer partnertoeslag?

Is de partner nog geen 65 jaar, dan hebt u recht op een toeslag. Die toeslag wordt alleen uitgekeerd als de jongste partner geen of weinig eigen inkomen heeft. Er wordt daarbij alleen gekeken naar het inkomen uit arbeid (een baan), of inkomen in verband met arbeid (een sociale uitkering of VUT). De toeslag stopt zodra de partner 65 jaar wordt en een eigen AOW-pensioen ontvangt.

Partner buiten Nederland gewoond of gewerkt
Als de partner buiten Nederland gewoond of gewerkt heeft, is hij of zij meestal niet verzekerd voor de AOW. Voor elk jaar dat de partner niet verzekerd is, gaat er 2% van de toeslag af.

Toeslag vervalt
Voor wie 65 jaar wordt op of na 1 januari 2015 is geen toeslag meer mogelijk.


Aanvragen AOW
Wie in Nederland staat ingeschreven bij de gemeente krijgt automatisch zes maanden voor de 65e verjaardag een brief thuis gestuurd, waarin staat hoe de AOW aangevraagd kan worden bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB).



 

naar bovenAlgemene nabestaandenwet (ANW)

Als een echtgenoot, partner of ouder komt te overlijden, dan heeft dit financiële consequenties voor partner en/of kinderen. Op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw) kunnen nabestaanden in aanmerking komen voor een nabestaandenuitkering. Ook weeskinderen komen in aanmerking voor een uitkering.

Wie komt ervoor in aanmerking?

Nabestaanden komen in aanmerking voor een ANW-uitkering als hij of zij aan de volgende voorwaarden voldoet:

  • Nabestaanden is jonger dan 65 jaar;
  • De partner was op de datum van overlijden verzekerd voor de ANW. Doorgaans is iedere inwoner van Nederland automatisch verzekerd voor de ANW.
  • Nabestaande is vóór 1950 geboren, óf
  • verzorgt één of meer kinderen onder de 18 jaar, óf
  • is voor minstens 45% arbeidsongeschikt.

Halfwezenuitkering
Als u een of meer kinderen tot 18 jaar, van wie één ouder is overleden, in uw huishouden verzorgt, hebt u recht op een halfwezenuitkering. Hoeveel kinderen u verzorgt maakt voor de hoogte van de uitkering niet uit.


Wezenuitkering

Recht op wezenuitkering heeft een kind, van wie beide ouders zijn overleden (tot 16 jaar, bij invaliditeit tot 18 jaar en als een kind studeert tot 21 jaar).


ANW en andere inkomsten

De hoogte van de ANW-uitkering is afhankelijk van uw inkomen. Inkomen in verband met (vroegere) arbeid (bijvoorbeeld een WAO-, WIA- of WW-uitkering) wordt er geheel van afgetrokken. Van inkomen uit arbeid (loon, winst, VUT, vervroegd pensioen of een bovenwettelijke uitkering) blijft een deel buiten beschouwing: 50 procent van het minimumloon plus een derde deel van wat u boven dit bedrag verdient. Daardoor wordt bij een inkomen uit arbeid van bruto € 703,80 de nabestaandenuitkering nog volledig uitbetaald. Is het inkomen hoger, dan wordt de nabestaandenuitkering lager.


Voor de ANW tellen de volgende inkomsten niet mee:

  • vermogen;
  • inkomen uit vermogen (bijvoorbeeld kamerverhuur);
  • een uitkering uit verzekeringspolissen;
  • een uitkering uit een particulier of collectief afgesloten nabestaandenpensioen;
  • rente-inkomsten.

Overgangsregeling

Nabestaanden die vóór 1 juli 1996 AWW-gerechtigd (Algemene Weduwen- en Wezenwet) waren, vallen onder een overgangsregeling. Neem voor meer informatie contact op met SVB.

Hoe hoog is de uitkering?

Bruto maandbedragen per 1 januari 2010

ANW

Vakantietoeslag

nabestaandenuitkering

€  1.087,96

€    68,70

halfwezenuitkering

€     247,20

€    19,62

wezen tot 10 jaar

€    348,15

€     21,98

wezen van 10 tot 16 jaar

€    522,22

€     32,98

wezen van 16 tot 21 jaar1)

€    696,29

€     43,97

1)Op grond van een overgangsregeling eventueel tot 27 jaar.

Tegemoetkoming
Als u in aanmerking komt voor een nabestaanden-, wezen-, of halfwezenuitkering, krijgt u in 2010 ook een tegemoetkoming als aanvulling op deze uitkering van € 201,36 (per jaar).


Aanvragen ANW
Als een persoon die in Nederland is ingeschreven komt te overlijden krijgt de huwelijkspartner, geregistreerd partner of wees (jonger dan 21 jaar) binnen twee weken een brief van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) over de nabestaandenuitkering. Woonde de overledene niet in Nederland of was er geen sprake van huwelijk of geregistreerd partnerschap, dan hebt u als nabestaande mogelijk toch recht op een uitkering. Neem contact op met de Sociale Verzekeringsbank (SVB) voor meer informatie.

Wanneer stopt de ANW-uitkering?
De ANW-uitkering stopt als u niet meer aan de voorwaarden voldoet. Dit is in de volgende gevallen:

  • U wordt 65 jaar. U krijgt dan een uitkering op grond van de Algemene ouderdomswet (AOW).
  • U hertrouwt, gaat een geregistreerd partnerschap aan of gaat samenwonen. Bij verbreking van de samenwoning binnen zes maanden kunt u weer terugvallen op de nabestaandenuitkering.
  • Als u thuis een hulpbehoevende verzorgt of als u zelf hulpbehoevend bent en om die reden samenwoont, wordt uw ANW-uitkering niet beëindigd maar verlaagd tot 50 procent van het minimumloon.
  • U vertrekt naar het buitenland. Of de uitkering stopt, is afhankelijk van uw verblijfplaats.
  • Het jongste kind wordt 18 jaar of gaat tot het huishouden van een ander behoren.
  • U bent niet langer arbeidsongeschikt.

Let op: De laatste twee redenen gelden niet voor nabestaanden geboren vóór 1 januari 1950. Hetzelfde geldt voor nabestaanden geboren tussen 1 januari 1950 en 1 juli 1956 en vóór 1 juli 1996 gehuwd, als de echtgenoot vóór 1 juli 1999 is overleden. Zij ontlenen het recht op een uitkering aan een overgangsregeling.


 

naar bovenZiektewet (ZW)

De Ziektewet geldt uitsluitend voor mensen die geen werkgever (meer) hebben, zoals uitzendkrachten. Ook kunt u ziekengeld ontvangen als u ziek wordt als gevolg van zwangerschap en bevalling. Het ziekengeld bedraagt ten minste zeventig procent van het dagloon (dit is aan een maximum gebonden). Als u gaat werken als zelfstandige is het in bepaalde situaties mogelijk om u vrijwillig te verzekeren.


Wie komt ervoor in aanmerking?

Als u ziek wordt en geen werkgever (meer) hebt, kunt u ‘ziekengeld’ ontvangen. De Ziektewet voorziet hierin. U bent verzekerd voor de Ziektewet als u aan de volgende voorwaarden voldoet. U bent:

  • werknemer in loondienst (of geweest);
  • jonger dan 65 jaar;
  • aannemer van werk, maar niet in een eigen bedrijf werkzaam;
  • stagiair en ontvangt een stagevergoeding;
  • thuiswerker, musicus of artiest. Voor deze groep gelden bepaalde voorwaarden. Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) kan u daar meer over vertellen.

Bent u verzekerd, dan kunt u in de volgende situaties recht hebben op een Ziektewetuitkering:

  • U werkt als uitzendkracht (zonder vast contract met het uitzendbureau);
  • U werkt als oproepkracht (afhankelijk van het soort oproepcontract);
  • Uw tijdelijke arbeidscontract loopt af tijdens uw ziekte;
  • U bent thuiswerker;
  • U ontvangt een Werkloosheidswetuitkering (WW) en bent langer dan 13 weken ziek;
  • U wordt ziek als gevolg van zwangerschap en bevalling. Wanneer u in loondienst werkt, hebt u tijdens uw zwangerschapsverlof recht op een uitkering op grond van de Wet arbeid en zorg. Maar als u door uw zwangerschap vóór of na de bevalling ziek wordt, ontvangt u een Ziektewetuitkering;
  • U doneert een orgaan, waardoor u tijdelijk niet kunt werken;
  • U bent gedeeltelijk arbeidsgeschikt en wordt ziek binnen vijf jaar nadat u bent aangenomen. Uw werkgever hoeft dan niet uw loon door te betalen, maar u ontvangt een Ziektewetuitkering (no-riskpolis).


Niet voor zelfstandigen

Ondernemers of directeuren-grootaandeelhouders kunnen alleen beroep doen op de Ziektewet als zij hiervoor een vrijwillige verzekering hebben.


Hoe hoog is het ziekengeld?

Uw Ziektewetuitkering bedraagt minstens 70 procent van uw dagloon. Dit is het loon dat u gemiddeld per dag verdiende in het jaar voordat u ziek werd. Let wel: dit is aan een maximum gebonden, per 1 januari 2010 € 186,65 euro bruto. De uitkering duurt maximaal 104 weken (twee jaar). Na 104 weken ziekte wordt bekeken of de zieke werknemer recht heeft op een loonaanvulling of een uitkering wegens volledige arbeidsongeschiktheid (zie de informatie over de WIA). De ziektewetuitkering kan onder bepaalde voorwaarden worden aangevuld met een toeslag op grond van de Toeslagenwet.


Aanvragen ZW-uitkering
Een ziektewetuitkering vraagt u aan bij Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV). UWV is ook verantwoordelijk voor de verzuimbegeleiding en re-integratie.

naar bovenWet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)

De Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) werd op 29 december 2005 vervangen door de WIA, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. Bent u op of na 1 januari 2004 ziek geworden en kunt u na twee jaar nog niet aan het werk, dan krijgt u met de WIA te maken. De WAO blijft bestaan voor mensen die in de WAO zitten. Wel kunnen zij worden herkeurd volgens nieuwe strengere criteria, al dan niet met gevolgen voor de uitkering.


Wie komt ervoor in aanmerking?

Alleen mensen die vóór 1 januari 2004 ziek zijn geworden.


Hoe hoog is de WAO-uitkering?

De WAO-uitkering bestaat uit twee fasen:


  1. De loondervingsuitkering, die gebaseerd is op het dagloon (maximaal € 186,65). Maandelijks wordt 8% gereserveerd voor de vakantietoeslag, die in mei wordt uitbetaald. De duur van de loondervingsuitkering is afhankelijk van de leeftijd op de ingangsdatum van de WAO-uitkering.

    Leeftijd

    Duur

    t/m 32 jaar

    0 jaar

    33 t/m 37 jaar

    0,5 jaar

    38 t/m 42 jaar

    1 jaar

    43 t/m 47 jaar

    1,5 jaar

    48 t/m 52 jaar

    2 jaar

    53 t/m 57 jaar

    3 jaar

    58 jaar

    6 jaar

    59 jaar en ouder

    tot 65 jaar





  2. De vervolguitkering, die gebaseerd is op het vervolgdagloon. De vervolguitkering kan in principe doorlopen tot het 65ste jaar. Het vervolgdagloon wordt als volgt berekend: voor elk jaar dat iemand op de ingangsdatum van de WAO-uitkering ouder is dan 15 jaar, wordt 2% van het verschil tussen het vroegere loon (maximaal € 186,65 per dag) en het minimumloon inclusief 8% vakantietoeslag ( 70,17 per dag) opgeteld bij dat minimumloon. Als iemand bijvoorbeeld op de ingangsdatum 45 jaar is, dus 30 jaar ouder dan 15 jaar, gaat het om (30x2%=) 60% van dat verschil. Dit bedrag, opgeteld bij het minimumloon, is het vervolgdagloon en vormt de basis voor de vervolguitkering.

De hoogte van de loondervings- en vervolguitkering is, behalve van het (vervolg)dagloon, afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid. De uitkering bedraagt maximaal 75% van het loon gebaseerd op het (maximum) dagloon. Deze mate van arbeidsongeschiktheid wordt bepaald aan de hand van wat u met ‘gangbare arbeid’ nog kan verdienen. Gangbaar werk is al het werk dat iemand gezien zijn gezondheidstoestand en capaciteiten nog kan doen. De verdiensten hieruit worden vergeleken met het oorspronkelijke loon.


Als u als arbeidsongeschikte zodanig hulpbehoevend bent dat geregeld verzorging nodig is, kan de uitkering worden verhoogd tot maximaal 100% van het (vervolg-) dagloon. Dit geldt niet als u in een instelling bent opgenomen en de kosten daarvan door een verzekeraar worden betaald.


Als de WAO-uitkering, samen met het overige gezinsinkomen lager is dan het sociaal minimum, kunt u op grond van de Toeslagenwet een toeslag aanvragen. Als de WAO-gerechtigde overlijdt, hebben de nabestaanden recht op een overlijdensuitkering. Voor wie op 1 augustus 1993 al in de WAO zat, kunnen afwijkende regels gelden.



 

naar bovenWet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)

De WIA regelt dat werknemers recht hebben op een arbeidsongeschiktheidsuitkering bij volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid. Wie nog gedeeltelijk kan werken, krijgt een aanvulling op het loon.

Wie komt ervoor in aanmerking?

Voor werknemers die op of na 1 januari 2004 ziek zijn geworden geldt een wachttijd van 104 weken. Vervolgens hebben zij aanspraak op een uitkering op basis van de WIA, mits zij ten minste 35% arbeidsongeschikt zijn.


Hoe hoog is de uitkering?

Als u volledig en duurzaam arbeidsongeschikt bent, krijgt u een arbeidsongeschiktheidsuitkering. U moet dan ten minste 80% arbeidsongeschikt zijn en niet meer kunnen herstellen of een geringe kans op herstel hebben. U komt dan in aanmerking voor een uitkering op basis van de Regeling inkomensvoorziening volledig arbeidsongeschikten (IVA) van 75% van het dagloon (maximum dagloon € 186,65).


Als u ten minste 35% arbeidsongeschikt bent, hebt u aanspraak op een uitkering op basis van de Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA).


  • U ontvangt minimaal 3 en maximaal 38 maanden een loongerelateerde WGA-uitkering. De eerste twee maanden bedraagt uw uitkering 75 procent van het dagloon, daarna 70 procent. Als u werkt, krijgt u de eerste twee maanden bovenop het nieuwe loon een uitkering van 75 procent van het bedrag dat u minder verdient in vergelijking met het dagloon. Uw totale inkomen neemt toe naarmate u meer werkt.;
  • Na het einde van de loongerelateerde uitkering wordt er gekeken hoeveel u verdient. Is dat minimaal 50% van de resterende verdiencapaciteit, dan vult de WGA het loon aan met 70% van het verschil tussen het dagloon en de resterende verdiencapaciteit of het nieuwe loon;
  • Als u na afloop van de loongerelateerde uitkering geen werk hebt of minder verdient dan 50% van de resterende verdiencapaciteit, krijgt u een uitkering gebaseerd op een percentage van het minimumloon.

Maandelijks wordt 8% van de WIA-uitkering gereserveerd voor de vakantietoeslag die in mei wordt uitbetaald. Als de WIA-uitkering, samen met het overige gezinsinkomen

lager is dan het sociaal minimum, kunt u op grond van de Toeslagenwet een toeslag aanvragen.


WIA-uitkering aanvragen

De IVA en WGA worden uitgevoerd door Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV).

naar bovenWerkloosheidswet (WW)

De WW verzekert werknemers die werkloos worden tegen de financiële gevolgen van werkloosheid. Het verlies aan inkomen kan voor een bepaalde periode opgevangen worden met een Werkloosheidswetuitkering (WW-uitkering). Deze uitkering overbrugt de periode tussen twee banen.

Wie komt ervoor in aanmerking?

Om voor een WW-uitkering in aanmerking te komen moet iemand in ieder geval:

  • jonger dan 65 jaar zijn
  • verzekerd zijn voor de WW
  • minimaal vijf arbeidsuren per week kwijtraken (of voor wie minder dan tien uur per week werkte, minimaal de helft van de arbeidsuren);
  • geen recht meer hebben op loon over die verloren arbeidsuren;
  • beschikbaar zijn om te gaan werken;
  • voldoen aan de wekeneis: in de 36 weken voor de eerste werkloosheidsdag minimaal 26 weken in loondienst hebben gewerkt.
  • geen Ziektewetuitkering, WAO-uitkering bij volledige arbeidsongeschiktheid of IVA-uitkering ontvangen;
  • geen WGA-uitkering ontvangen (tenzij men naast de WGA-uitkering werkte, en die baan is kwijtgeraakt);
  • zich tijdig registreren als werkzoekende bij UWV WERKbedrijf (voorheen: Centrum voor Werk en Inkomen CWI).

Iemand mag ook niet verwijtbaar werkloos zijn. Verwijtbaar werkloos is iemand die zelf ontslag heeft genomen of om een dringende reden is ontslagen. In dat geval krijgt iemand geen of alleen een gedeeltelijke uitkering.

Hoe hoog is de uitkering?

De eerste twee maanden krijgt men 75% van het laatstverdiende loon (maximaal € 186,65 per dag), daarna 70%.


Hoe lang duurt de uitkering?
Hoe lang iemand een WW-uitkering krijgt, hangt af van het aantal jaren dat iemand heeft gewerkt voordat iemand werkloos werd. De WW-uitkering duurt minimaal 3 maanden en maximaal 38 maanden.

Wie alleen aan de wekeneis voldoet, krijgt maximaal drie maanden een WW-uitkering. De wekeneis houdt in dat men in de 36 weken voordat men werkloos wordt minimaal 26 weken heeft gewerkt. De WW-uitkering wordt verlengd als iemand ook aan de jareneis voldoet. Wie in vier van de vijf kalenderjaren voorafgaand aan het jaar dat men werkloos wordt over 52 dagen of meer dagen loon heeft ontvangen, voldoet ook aan de jareneis. De duur van de WW-uitkering is dus afhankelijk van het arbeidsverleden. De uitkering duurt in maanden even lang als het arbeidsverleden in jaren (met een maximum van 38 maanden).


De jaren vanaf het kalenderjaar waarin men 18 werd tot en met 1997 gelden voor iedereen als arbeidsverleden (‘fictief arbeidsverleden’). Vanaf 1998 wordt er gekeken naar de daadwerkelijk gewerkte jaren (‘feitelijk arbeidsverleden’). Vanaf 2007 kunnen ook jaren waarin niet is gewerkt, maar wel mantelzorg in is verleend, meetellen voor het arbeidsverleden.


Maandelijks wordt 8% van de WW-uitkering gereserveerd voor de vakantietoeslag die in mei wordt uitbetaald. Als een WW-uitkering samen met het overige gezinsinkomen lager is dan het sociaal minimum kan op grond van de Toeslagenwet een toeslag worden aangevraagd bij UWV.


WW-uitkering aanvragen
Op www.werk.nl kunt u zich inschrijven als werkzoekende. Vervolgens kunt u hier (elektronisch) een WW-uitkering aanvragen. UWV neemt dan vervolgens contact met u op. Hebt u geen internet? Ga dan langs bij een vestiging van UWV WERKbedrijf bij u in de buurt.


naar bovenWet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ)

Alleen zelfstandige ondernemers die voor 1 augustus 2004 arbeidsongeschikt zijn geworden kunnen nog een WAZ-uitkering krijgen. Als u nu arbeidsongeschikt wordt, moet u zelf voor een vervangend inkomen zorgen.


De zelfstandige die op 1 augustus 2004 al een WAZ-uitkering had, houdt deze wel zolang aan de uitkeringsvoorwaarden wordt voldaan:

  • de zelfstandige is meer dan 25% arbeidsongeschikt;
  • de zelfstandige is jonger dan 65 jaar;
  • het inkomen op de eerste ziektedag werd (gedeeltelijk) verdiend met werk als zelfstandige.


Ondernemers kunnen sinds 1 augustus 2004 zelf bepalen of zij de inkomensrisico's al dan niet willen afdekken. U kunt voor een vervangend inkomen zorgen door:

  • zelf geld te reserveren;
  • een ‘gewone’ particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering af te sluiten;
  • een 'individuele arbeidsongeschiktheidsverzekering tegen collectieve voorwaarden' af te sluiten. Dit is mogelijk via diverse branche- en beroepsorganisaties. Ook organisaties voor zelfstandigen, zoals de Vereniging Platform Zelfstandige Ondernemers (PZO), CNV Zelfstandigen en FNV Zelfstandigen bieden hun leden deze mogelijkheid;
  • een vrijwillige Ziektewetverzekering en/of WIA-verzekering bij UWV af te sluiten. Deze verzekering geldt voor zelfstandige ondernemers die starten vanuit een dienstverband of uitkering.

Alternatieve verzekering

Wie vanwege medische redenen geen particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering kan afsluiten, komt in aanmerking voor een alternatieve vangnetverzekering bij een particuliere verzekeraar als hij binnen drie maanden na de start van het bedrijf een particuliere verzekering aanvraagt.


WAZ-gerechtigden die bij een herbeoordeling volledig arbeidsgeschikt worden verklaard en geen aanvullende particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering kunnen afsluiten, kunnen ook gebruik maken van de alternatieve verzekering als zij binnen drie maanden nadat de WAZ-uitkering is beëindigd een particuliere verzekering aanvragen.


Voor deze alternatieve verzekering geldt geen medische acceptatie of leeftijdsgrens.


naar bovenZwangerschaps- en bevallingsuitkering voor zelfstandigen (ZEZ-regeling)

Vrouwelijke zelfstandigen hebben recht op een zwangerschaps- en bevallingsuitkering van minimaal zestien weken.


Wie komt ervoor in aanmerking?
De regeling geldt voor vrouwelijke zelfstandig ondernemers, de meewerkende echtgenote van een zelfstandig ondernemer, vrouwelijke beroepsbeoefenaars zonder arbeidsovereenkomst en vrouwelijke directeur-grootaandeelhouders.


Hoe hoog is de uitkering?

De hoogte van de uitkering hangt af van de winst die u hebt gemaakt of het aantal uren dat u als zelfstandige gewerkt hebt in het jaar vóór het jaar waarin de uitkering wordt uitgekeerd.


Hebt u in het voorafgaande jaar minimaal 1.225 uren als zelfstandige gewerkt, dan gaat UWV ervan uit dat u ten minste het minimumloon hebt verdiend. U hebt dan recht op een uitkering van 100% van het wettelijk minimumloon.

Hebt u in het voorafgaande jaar minder dan 1.225 uren als zelfstandige gewerkt, dan is de hoogte van de uitkering afhankelijk van de winst die u gemaakt hebt. De uitkering is nooit hoger dan het minimumloon.


Hoe lang duurt de uitkering?

In totaal minimaal zestien weken. De uitkering bestaat uit een zwangerschapsuitkering en een bevallingsuitkering.

  • Uw zwangerschapsuitkering begint zes weken voor de dag na de vermoedelijke datum van bevalling en loopt tot en met de bevalling, ook als uw bevalling later is dan de datum waarop u was uitgerekend. Eventueel kunt u de zwangerschapsuitkering ook uitstellen tot uiterlijk vier weken voor de dag na de datum waarop u bent uitgerekend. Dan hebt u recht op een langere bevallingsuitkering.
  • Uw bevallingsuitkeringbegint op de dag na de bevalling en duurt tien weken. Als u de zwangerschapsuitkering met een aantal dagen hebt verkort, wordt de bevallingsuitkering hetzelfde aantal dagen langer.

Waar kunt u de uitkering aanvragen?

U kunt de zwangerschaps- en bevallingsuitkering aanvragen bij UWV. Dit moet u op tijd doen: uiterlijk twee weken voor de datum waarop u de zwangerschapsuitkering wilt laten ingaan. Bij de aanvraag moet u een schriftelijke verklaring van een arts of verloskundige leveren, waarin staat wat uw vermoedelijke bevallingsdatum is.


 

naar bovenWet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wajong)

De Wajong biedt jonggehandicapten en studenten die arbeidsongeschikt zijn een uitkering op minimumniveau. De Wajong wordt uitgevoerd door Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV).


Wie komt ervoor in aanmerking?

Iemand komt voor de Wajong-uitkering in aanmerking als hij in Nederland woont, jonger dan 65 jaar is en

  • op de dag waarop hij 17 jaar wordt minstens 25% arbeidsongeschikt is of
  • na deze dag (maar voor z’n 30e verjaardag) minstens 25% arbeidsongeschikt wordt en in het jaar voorafgaand aan de arbeidsongeschiktheid ten minste zes maanden student was.

De uitkering gaat op z'n vroegst in vanaf zijn achttiende jaar en eindigt op z’n laatst als hij 65 jaar wordt.

Hoe hoog is de uitkering?

De Wajong-uitkering wordt berekend aan de hand van de mate van arbeidsongeschiktheid en de grondslag. De grondslag voor de uitkering is het wettelijk bruto minimum(jeugd)loon per maand exclusief vakantietoeslag, gedeeld door 21,75.

Per 1 januari 2010 is de grondslag Wajong per dag voor:

23 jaar en ouder

€ 64,72

22 jaar

€ 55,01

21 jaar

€ 46,92

20 jaar

€ 39,80

19 jaar

€ 33,98

18 jaar

€ 29,45



Bij een arbeidsongeschiktheid van

is de uitkering:

Minder dan 25%

0% van de grondslag

25 tot 35%

21% van de grondslag

35 tot 45%

28% van de grondslag

45 tot 55%

35% van de grondslag

55 tot 65%

42% van de grondslag

65 tot 80%

50¾% van de grondslag

80% of meer

75%van de grondslag


Als de jonggehandicapte zo hulpbehoevend is dat geregeld verzorging nodig is, kan de uitkering worden verhoogd tot maximaal 100% van de grondslag. Dit geldt niet als de betrokkene in een instelling is opgenomen en de kosten daarvan door een verzekeraar worden betaald.


Vakantietoeslag
Maandelijks wordt 8% van de Wajong-uitkering gereserveerd voor de vakantietoeslag die in mei wordt uitbetaald.


Beoordelen arbeidsongeschiktheid
In principe blijft UWV na de toekenning van de uitkering de mate van arbeidsongeschiktheid beoordelen. Hoe vaak, hangt af van de situatie. Stijgt het verdienvermogen zoveel dat men in een lagere arbeidsongeschiktheidsklasse valt, dan wordt de uitkering verlaagd. Het omgekeerde kan natuurlijk ook.


Tegemoetkoming en toeslag

Naast de Wajong-uitkering heeft elke Wajong-gerechtigde onder de 23 jaar recht op een tegemoetkoming. Deze tegemoetkoming is bedoeld om de negatieve inkomenseffecten van de Zorgverzekeringswet en de Wet op de zorgtoeslag te compenseren.

Per 1 januari 2010  is de tegemoetkoming Wajong bruto per maand voor :

23 jaar en ouder

€   0,00

22 jaar

€   1,74

21 jaar

€   4,22

20 jaar

€   8,57

19 jaar

€ 14,30

18 jaar

€ 14,92



Als de Wajong-uitkering, samen met het overige gezinsinkomen lager is dan het sociaal minimum, kunt u op grond van de Toeslagenwet een toeslag aanvragen.


Waar en wanneer kan men de uitkering aanvragen?

Voor het aanvragen van een Wajong-uitkering zijn twee momenten van belang. Eerst moet u melden dat u arbeidsongeschikt bent, enige tijd later kunt u een Wajong-uitkering aanvragen.


Stap 1:  Aanmelden arbeidsongeschiktheid

U meldt bij UWV dat u arbeidsongeschikt bent. Dat moet:

  • binnen 13 weken na uw 17e verjaardag, als u op dat moment al arbeidsongeschikt bent;
  • binnen 13 weken na het begin van de arbeidsongeschiktheid, als u studeerde.

Na de melding gaat de wachttijd in.


Stap 2: Aanvragen uitkering

Een aanvraag voor een Wajong-uitkering doet u:

  • uiterlijk binnen 9 maanden na uw 17e verjaardag, als u op dat moment al arbeisongeschikt was;
  • binnen 9 maanden nadat u als student arbeidsongeschikt bent geworden.

Het aanvraagformulier kunt u krijgen bij UWV.

De Wajong-uitkering gaat op z’n vroegst in op de 18de verjaardag.

naar bovenTegemoetkoming onderhoudskosten thuiswonende gehandicapte kinderen (TOG)


Hoe hoog is de uitkering?

De tegemoetkoming bedraagt € 211,45 per kwartaal. Dit bedrag is belastingvrij. Ook heeft de tegemoetkoming geen gevolgen voor de kinderbijslag.

De tegemoetkoming kan tot vier kwartalen met terugwerkende kracht worden toegekend.


Wijzigingen in 2010

De Regeling Tegemoetkoming onderhoudskosten thuiswonende gehandicapte kinderen wijzigt per 1 april 2010 in de nieuwe Regeling Tegemoetkoming ouders van thuiswonende gehandicapte kinderen.
De hoogte van de uitkering blijft hetzelfde: de uitkering zal echter aan de hand van nieuwe criteria worden toegewezen. Voor ouders die reeds gebruik maakten van de regeling komt er een overgangsregeling. Zij worden hierover geïnformeerd door de Sociale Verzekeringsbank.



Waar kunt u de uitkering aanvragen?

Alle TOG-aanvragen worden behandeld door de Sociale Verzekeringsbank Roermond, Postbus 1244, 6040 KE Roermond, telefoon (0475) 36 80 40.

naar bovenToeslagenwet (TW)

De Toeslagenwet vult uitkeringen aan tot het sociaal minimum als het totale inkomen van de uitkeringsgerechtigde en eventuele partner daaronder ligt.


Wie komt ervoor in aanmerking?

U kunt in aanmerking komen voor een toeslag als u een uitkering hebt op grond van de:

  • Ziektewet (ZW)
  • Werkloosheidswet (WW)
  • Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wajong)
  • Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)
  • Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)
  • Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen (Wamil)
  • Inkomensvoorziening voor oudere werklozen (IOW)
  • Wet arbeid en zorg. Op een uitkering in verband met zwangerschap, bevalling en adoptie is een aanvulling mogelijk.

Ook als uw werkgever u in het tweede ziektejaar niet meer dan zeventig procent van het loon betaalt, kunt u in aanmerking komen voor een toeslag.


Inkomen onder sociaal minimum

Uw totale inkomen mag niet te hoog zijn. U kunt recht hebben op de toeslag als:

  • u getrouwd bent of samenwoont en uw gezamenlijke inkomen is lager dan het bruto minimumloon;
  • u alleenstaand bent en een kind hebt jonger dan achttien jaar en uw inkomen is lager dan negentig procent van het bruto minimumloon;
  • u alleenstaand bent en uw inkomen lager is dan zeventig procent van het bruto minimumloon.

Geen recht op een toeslag

U hebt geen recht op een toeslag als u:

  • jonger bent dan 21 jaar en thuiswoont;
  • getrouwd bent met een partner die na 31 december 1971 is geboren en geen kinderen hebt onder de twaalf jaar.

Hoe hoog is de toeslag?

De toeslag vult de uitkering aan tot het normbedrag. De hoogte van de toeslag is het verschil tussen het normbedrag en het inkomen.

Normbedragen per 1 januari 2010 bruto per dag (exclusief vakantietoeslag)

alleenstaande van 23 jaar en ouder

€ 49,25  

alleenstaande ouder

€ 61,31

gehuwd / samenwonend

€ 64,72


Voor alleenstaanden jonger dan 23 jaar gelden lagere normen.


Inkomen en toeslag
Als inkomen telt alles mee wat de aanvrager en de partner met werken verdienen en vrijwel alle uitkeringen. Vermogen, zoals een eigen huis of spaargeld, blijft buiten beschouwing. Bij de berekening van het recht op toeslag blijft een gedeelte van het arbeidsinkomen (ten hoogste 15% van het minimumloon) buiten beschouwing gedurende maximaal twee jaar.


De toeslag bedraagt nooit meer dan het verschil tussen het dagloon of de grondslag waarnaar de uitkering is berekend en de loondervingsuitkering. Kort gezegd betekent dit dat de toeslag nooit meer aanvult dan tot het oude inkomen uit arbeid.


Vakantietoeslag

Als u recht hebt op een toeslag, hebt u ook recht op een vakantietoeslag ter hoogte van 8% van die toeslag. Deze vakantietoeslag wordt jaarlijks uitgekeerd in mei.


Waar kunt u de toeslag aanvragen?

U vraagt een toeslag op uw uitkering aan bij het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV). U doet dit gelijk met uw aanvraag voor de uitkering of binnen zes weken.
Alleen een aanvraag voor een toeslag op uw uitkering op grond van de werkloosheidswet (WW-uitkering) dient u in bij UWV WERKbedrijf (voorheen: Centrum voor Werk en Inkomen CWI).

naar bovenWet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW)

De IOAW is een inkomensvoorziening voor oudere werkloze werknemers. Zij kunnen in aanmerking komen voor een IOAW-uitkering als de uitkering op basis van de Werkloosheidswet (WW) is afgelopen. De IOAW-uitkering is een aanvulling op het (gezins)inkomen tot bijstandsniveau.

Wie komt ervoor in aanmerking?

  • Werkloze werknemers die op het moment dat zij werkloos worden 50 jaar zijn en die de loongerelateerde uitkering (plus de vervolguitkering als zij daar nog recht op hadden) van de Werkloosheidswet (WW) volledig en meer dan 3 maanden hebben doorlopen;
  • Werkloze werknemers die na hun 50ste recht hebben gekregen op een uitkering op grond van de Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) en dit recht weer verliezen omdat zij bij herkeuring voor minder dan 35 procent arbeidsongeschikt zijn bevonden;
  • Gedeeltelijk arbeidsongeschikten die al op 28 december 2005 een IOAW-uitkering ontvingen en geen recht hebben op een toeslag via de Toeslagenwet, omdat ze een partner hebben die na 31 december 1971 is geboren én geen kind thuis hebben dat jonger is dan twaalf jaar.

De IOAW-uitkering sluit aan op de WW-uitkering. De IOAW vult het totale inkomen van de werkloze en diens partner (arbeidsinkomsten, uitkeringen, pensioenen) aan tot het niveau van het sociaal minimum. Vermogen, zoals een eigen huis of spaargeld, blijft buiten beschouwing.

Hoe hoog is de uitkering?


Bruto IOAW-bedragen per maand (inclusief 8% vakantietoeslag) per1 januari 2010

alleenstaande 23 jaar of ouder

              €   1.156,76

alleenstaande 22 jaar

              €      903,11

alleenstaande 21 jaar

              €      760,97

alleenstaande ouder 21 jaar of ouder

              €   1.454,86

gehuwd / samenwonend (beide partners 21 jaar of ouder)

              €   1.504,42


Voor alleenstaande personen jonger dan 21 jaar gelden lagere bedragen.


Waar kunt u de uitkering aanvragen?

Een IOAW-uitkering moet bij UWV WERKbedrijf (voorheen: Centrum voor Werk en Inkomen CWI) in de woonplaats of regio worden aangevraagd. Gehuwden of samenwonenden moeten de uitkering samen aanvragen. UWV WERKbedrijf stuurt uw aanvraag door naar de sociale dienst van de gemeente waarin u woont. De sociale dienst neemt een beslissing over de aanvraag en laat dit u schriftelijk weten.

Inkomensregeling voor oudere werklozen (IOW)

Mensen van 60 jaar en ouder die tussen 1 oktober 2006 en 1 juli 2011 werkloos zijn geworden of worden en die langer dan drie maanden recht hebben op een WW-uitkering,  krijgen na afloop van hun WW een IOW-uitkering. De IOW-uitkering is maximaal 70 procent van hetminimumloon en staat los van het inkomen van de partner en van vermogen. Inkomsten van de betrokkene worden wel verrekend met de IOW-uitkering. De regeling is tijdelijk en moet waarborgen dat ouderen na afloop van hun WW een minimuminkomen ontvangen.

naar bovenWet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ)

De IOAZ is een uitkering voor ouderen die gestopt zijn met hun werk als zelfstandige. De IOAZ-uitkering vult het (gezins)inkomen aan tot het bijstandsniveau. Ouderen kunnen deze uitkering tot hun 65ste krijgen.


Wie komt ervoor in aanmerking?

  • Zelfstandigen van 55 jaar en ouder, die naar verwachting een inkomen uit beroep of bedrijf hebben van minder dan het berekend minimuminkomen voor zelfstandigen ( 20.806,-) en daardoor gedwongen worden hun bedrijf of beroep te beëindigen;
  • In de drie jaar voorafgaand aan de aanvraag moet het gemiddelde jaarinkomen beneden € 19.792,- hebben gelegen en voor de toekomst mag geen hoger inkomen dan € 20.806,- worden verwacht;
  • Het bedrijf of beroep moet minimaal tien jaar zijn uitgeoefend, of drie jaar met daaraan voorafgaand zeven jaar een functie in loondienst;
  • De zelfstandige moet 1225 uur of meer per jaar in het eigen bedrijf gewerkt hebben. Dit is gemiddeld zo’n 24 uur per week. Als de partner ook meewerkte in het bedrijf moet een zelfstandige minimaal 875 uur per jaar en de partner minimaal 525 uur in het bedrijf hebben gewerkt;
  • Gedeeltelijk arbeidsongeschikten die al op 28 december 2005 een IOAZ-uitkering ontvingen en geen recht hebben op een toeslag via de Toeslagenwet, omdat ze een partner hebben die na 31 december 1971 is geboren én geen kind thuis hebben dat jonger is dan twaalf jaar.

De uitkering gaat in nadat het bedrijf of beroep beëindigd is. De IOAZ vult het totale inkomen van de werkloze en diens partner (arbeidsinkomsten, uitkeringen, pensioenen) aan tot het sociaal minimum. Vermogen blijft tot een bedrag van € 120.408,- buiten beschouwing. Het extra vermogen wordt geacht jaarlijks 4% inkomsten op te leveren, die van de uitkering worden afgetrokken.

Voor mensen die een IOAZ-uitkering krijgen en een pensioentekort hebben, wordt een bedrag tot maximaal € 114.478,- ten behoeve van aanvullende pensioenvoorzieningen buiten beschouwing gelaten.


Hoe hoog is de uitkering?


Bruto IOAZ-bedragen per maand (inclusief 8% vakantietoeslag) per 1 januari 2010

alleenstaande 23 jaar of ouder

€   1.156,76

alleenstaande ouder 21 jaar of ouder

€   1.454,86

gehuwd / samenwonend (beide partners 21 jaar of ouder)

€   1.504,42


Waar kunt u de uitkering aanvragen?

De IOAZ-uitkering moet bij een vestiging UWV WERKbedrijf in de gemeente of regio (voorheen: Centrum voor Werk en Inkomen CWI) worden aangevraagd vóórdat het bedrijf of beroep wordt beëindigd. Het bedrijf moet binnen anderhalf jaar na het aanvragen van de uitkering stopgezet worden. Gehuwden of samenwonenden moeten de uitkering samen aanvragen.


naar bovenDe Wet werk en bijstand (WWB)

De WWB geeft aan iedereen die rechtmatig in Nederland verblijft en die onvoldoende middelen heeft om in de noodzakelijke bestaanskosten te voorzien een minimuminkomen. De bijstandsuitkering overbrugt de periode totdat iemand weer een baan vindt.


U moet wel al het mogelijke doen om zelf weer in het eigen levensonderhoud te voorzien en bent verplicht algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden. Lukt het niet om aan de slag te komen, dan kunnen de sociale dienst, UWV WERKbedrijf (voorheen CWI) en/of een re-integratiebedrijf ondersteuning bieden bij het vinden van werk of scholing.


Bijstand en vermogen
Ontvangt u bijvoorbeeld alimentatie, een uitkering of inkomen uit werk, dan wordt het inkomen aangevuld tot de bijstandsnorm. Ook met vermogen boven een bepaald bedrag (€ 10.960,- voor gehuwden en alleenstaande ouders en € 5.480,- voor alleenstaanden) wordt rekening gehouden. Zit het vermogen vast in een huis, dan wordt bijstand verstrekt in de vorm van een lening (krediethypotheek) die terugbetaald moet worden. In dat geval geldt een vermogensvrijlating van maximaal € 46.200,-.


Bijstandsnormen

De WWB kent landelijke normen voor mensen van 18 tot 21 jaar, van 21 tot 65 jaar en voor mensen die 65 jaar of ouder zijn. De wet maakt onderscheid tussen:

  • gehuwden, geregistreerde partners of ongehuwd samenwonenden;
  • alleenstaande ouders (die zorgen voor een of meer kinderen onder de 18 jaar);
  • alleenstaanden.

Voor elk van deze groepen geldt een apart normbedrag. Voor gehuwden en samenwonenden tussen de 21 en 65 jaar is dat 100% van het netto minimumloon, voor alleenstaande ouders tussen de 21 en 65 jaar 70% en voor alleenstaanden tussen de 21 en 65 jaar 50%.


Het uitgangspunt voor de norm voor alleenstaande ouders en alleenstaanden is dat ze de (woon)kosten met anderen kunnen delen. Is dat niet of slechts gedeeltelijk het geval, dan kan de gemeente hen een toeslag geven van maximaal 20% van het netto minimumloon.


Mensen die 65 jaar of ouder zijn en geen volledige AOW hebben opgebouwd, kunnen via de WWB een aanvulling krijgen tot het niveau van de netto AOW.



Hoe hoog is de uitkering?


Bijstandsnormen 
(netto bedragen per 1 januari 2010)

Per maand 

Vakantietoeslag

Totaal

21 jaar tot 65




Gehuwden of ongehuwd samenwonenden

€ 1.234,09

€ 64,95

€  1.299,04

Alleenstaande ouder

€ 863,86

€ 45,47

€     909,33

Alleenstaande

€ 617,04

€ 32,48

€     649,52

Maximale toeslag voor
alleenstaande ouders en
alleenstaanden van 21 tot 65 jaar

€ 246,82

€ 12,99

€     259,81

65 jaar of ouder




Gehuwden of ongehuwd samenwonenden, beide partners 65 jaar of ouder

€ 1.305,60

€ 68,72

€ 1.374,32

Gehuwden of ongehuwd samenwonenden, één partner jonger dan 65 jaar

€ 1.305,60

€ 68,72

€ 1.374,32

Alleenstaande ouder

€ 1.192,70

€ 62,77

€ 1.255,47

Alleenstaande

€ 949,21

€ 49,96

€ 999,17

Verblijvend in een inrichting




Alleenstaande of alleenstaande ouder

€ 274,80

€ 14,46

€     289,26

Gehuwden

€ 427,42

€ 22,50

€     449,92



Langdurigheidstoeslag

Mensen tussen 23 en 65 jaar, die vijf jaar of langer een inkomen hebben dat niet hoger is dan de bijstandsnorm, weinig of geen vermogen hebben en ook geen uitzicht op werk hebben, kunnen in aanmerking komen voor een langdurigheidstoeslag. Gemeenten bepalen de hoogte van de langdurigheidstoeslag.


Onkostenvergoeding voor vrijwilligerswerk

Bijstandsgerechtigden die vrijwilligerswerk doen, krijgen daar soms een onkostenvergoeding voor. Daarvan mogen ze een beperkt bedrag houden, zonder dat de hoogte van hun uitkering verandert. Als het gaat om vrijwilligerswerk dat de gemeente noodzakelijk vindt voor re-integratie van een bijstandsgerechtigde, dan mag er per maand maximaal € 150,- vrij ontvangen worden. Per jaar is het maximum € 1.500,-.

In alle andere gevallen is de grens van de vrij te laten kostenvergoeding lager: maximaal € 95,- per maand, met een maximum van € 764,- per jaar.


Compensatie zorgverzekeringswet

Iedereen vanaf 18 jaar betaalt een nominale premie aan een zorgverzekeraar. Voor lage inkomens draagt de overheid bij aan de kosten van de zorgverzekering in de vorm van een zorgtoeslag. De uitkering voor mensen in een inrichting wordt maandelijks verhoogd met een bedrag waarmee de premie voor de nieuwe zorgverzekering betaald kan worden. Voor alleenstaanden is dat € 44,- per maand en voor gehuwden € 81,- per maand.


Premie voor re-integratie

Een eenmalige premie die de bijstandsgerechtigde ontvangt in het kader van de inschakeling in arbeid wordt tot een bedrag van € 2.229,- per kalenderjaar vrijgelaten. Gemeenten kunnen bijstandsgerechtigden een dergelijke premie geven met het oog op het bevorderen van positief gedrag gericht op uitstroom vanuit de uitkering naar betaalde arbeid.


Bijzondere bijstand

Als iemand noodzakelijke, bijzondere kosten maakt, die hij naar het oordeel van de gemeente niet zelf kan betalen, kan hij bij de gemeente een beroep doen op bijzondere bijstand. Het gaat dan bijvoorbeeld om verhuiskosten, studiekosten, kinderopvang of woonkostentoeslag. Er wordt rekening gehouden met inkomsten en vermogen. Gemeenten mogen zelf vaststellen voor welke kosten en onder welke voorwaarden zij bijzondere bijstand verstrekken.


Waar kunt u de uitkering aanvragen?

Een bijstandsuitkering moet worden aangevraagd bij UWV WERKbedrijf (voorheen: Centrum voor Werk en Inkomen CWI). Overige bijstand, zoals bijzondere bijstand, moet worden aangevraagd bij de gemeentelijke sociale dienst of de afdeling Sociale Zaken.


Mensen van 65 of ouder kunnen voor (aanvullende) bijstand terecht bij de Sociale Verzekerings`bank.

naar bovenWet investeren in jongeren (WIJ)

Per 1 oktober 2009 is de wet investeren in jongeren (WIJ) van kracht. Deze wet   verplicht gemeenten jongeren van 18 tot 27 jaar die zich melden voor een bijstandsuitkering een werkleeraanbod te doen. Dit kan een baan zijn, een vorm van scholing of een combinatie van beide, afgestemd op de situatie van de jongeren. Als zij werk accepteren krijgen ze salaris van de werkgever. Bij acceptatie van het leeraanbod krijgen ze waar nodig een inkomen dat even hoog is als de bijstandsuitkering. Als zij het aanbod niet accepteren dan krijgen zij ook geen uitkering van de gemeente.


Voor jongeren van 18 tot 21 jaar is de norm van de bijstandsuitkering afgeleid van de kinderbijslag. Hebben zij hogere noodzakelijke bestaanskosten, dan zijn de ouders daarvoor verantwoordelijk. Is een beroep op de ouders niet mogelijk, dan kunnen zij een inkomensaanvulling krijgen via de bijzondere bijstand. De gemeente bepaalt de hoogte van de bijzondere bijstand



Normen (inclusief 5% vakantiegeld):


Gehuwden of samenwonenden, beide partners jonger dan 21 jaar

-         zonder kind(eren)

-         met kind(eren)




€     448,86

€     708,67

Gehuwden of samenwonenden, één partner jonger dan 21 jaar en de ander 21 tot en met 26 jaar

-         zonder kind(eren)

-         met kind(eren)




    €    873,95

    € 1.133,76

Gehuwden of samenwonenden, één partner jonger dan 21 jaar en de ander 27 jaar of ouder

-         zonder kind(eren)

-         met kind(eren)




    €    224,43

    €    484,24

Gehuwden of samenwonenden, waarvan beide 21 tot en met 26 jaar

-         zonder kind(eren)

-         met kind(eren)




    € 1.299,04

    € 1.299,04

Gehuwden of samenwonenden, waarvan één partner 21 tot en met 26 jaar en de ander 27 en ouder

-         zonder kind(eren)

-         met kind(eren)




    €   649,52

    €   909,33

Alleenstaande van 18, 19 of 20 jaar

-         zonder kinderen

-         met kinderen

      €    224,43

    €    484,24

Alleenstaande van 21 tot en met 26 jaar

-         zonder kinderen

-         met kinderen

    €   649,52

    €   909,33

Toeslag alleenstaande (ouder)      


Maximaal € 259,81


naar bovenWet werk en inkomen kunstenaars (WWIK)

De Wet Werk en inkomen kunstenaars (WWIK) geeft kunstenaars een aanvulling op hun inkomen als zij niet in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien.
Startende kunstenaars kunnen de WWIK-uitkering gebruiken bij de opbouw van een winstgevende beroepspraktijk. Gevestigde kunstenaars kunnen met een WWIK-uitkering een tijdelijke terugval in het inkomen opvangen.

Wie komt ervoor in aanmerking?

U hebt recht op een WWIK-uitkering als u voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • U bent afgestudeerd aan één van de instellingen voor kunstonderwijs of werkt als gevestigd kunstenaar. Scheppende kunstenaars zoals beeldhouwers en choreografen en niet-scheppende kunstenaars zoals acteurs en dansers kunnen recht hebben op de uitkering.
  • Uw inkomen is lager dan het bijstandsniveau.
  • Uw eigen vermogen komt niet boven een bepaald bedrag uit.
  • Voor gevestigde kunstenaars geldt ook het volgende:
    • in de twaalf maanden voor het aanvragen van een WWIK-uitkering moet u minimaal € 1.200,- hebben verdiend;
    • u kunt worden aangemerkt als beroepsmatig kunstenaar. Voor informatie over de eisen die hieraan worden gesteld kunt u terecht bij ' Kunstenaars en Co'.


Kunstenaars&CO
Kunstenaars&CO (www.kunstenaarsenco.nl) heeft als wettelijke taak het uitvoeren van beroepsmatigheidsonderzoeken. Zij voeren deze onderzoeken alleen uit in opdracht van sociale diensten van gemeenten.


Inkomenstoets
Voor alle WWIK-gerechtigden geldt een progressieve inkomenseis. Om voor een uitkering in aanmerking te blijven komen wordt na iedere 12 uitkeringsmaanden aan de hand van een steeds hoger wordende eis de inkomensontwikkeling van de kunstenaar getoetst.


Maanden WWIK-uitkering

Jaarinkomen bruto

12 maanden

€   2.800,-

24 maanden

€    4.400,-

36 maanden

€   6.000,-


Het inkomen kan zowel met de kunst als met ander werk worden verdiend.


De kunstenaar kan maximaal vier jaar - binnen een periode van tien jaar - een WWIK-uitkering krijgen. De WWIK-uitkering is een bruto bedrag en kent geen apart uit te betalen vakantietoeslag. Deze is in de maandelijkse uitkering inbegrepen.


Hoe hoog is de uitkering?


WWIK bedragen per maand (inclusief 8% vakantietoeslag) per 1 januari 2010


Bruto

Netto

Alleenstaande

€   732,78 

€   636,53 

Alleenstaande ouder

€ 1.014,75 

€   896,34

Gehuwden en ongehuwd samenwonenden


€ 1.081,90

€ 1.026,24