Direct naar (in deze pagina): Hoofdnavigatie, Zoeken, English, Polski.

Logo SZW – Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Huidig dossier: Arbeidstijden Direct naar (in de site): Arbeidsvoorwaarden Verlof en werktijd

Arbeidstijdenwet: informatie voor werkgevers

naar bovenWat regelt de Arbeidstijdenwet?

In de Arbeidstijdenwet staat hoe lang uw werknemers per dag en per week mogen werken en wanneer zij recht hebben op pauze of rusttijd. Die regels zijn er met het oog op gezondheid, veiligheid en welzijn, maar ook om werk, privé en zorgtaken te kunnen combineren. De regels gelden voor werknemers van achttien jaar en ouder. Voor jongeren tot achttien jaar gelden aparte regels. Ook gelden enkele speciale regels voor zwangere of pas bevallen vrouwen.

Uitzonderingen en aanvullingen
In het Arbeidstijdenbesluit (Atb) staan uitzonderingen en aanvullingen op de Arbeidstijdenwet. Naast algemene uitzonderingen zijn er ook aanvullende regels voor de zorg, mijnbouw en een aantal andere sectoren. Deze sectoren hebben dus met de algemene regels uit de Arbeidstijdenwet en het Arbeidstijdenbesluit én de aparte sectorregels te maken.

Collectieve regeling
Sommige regels uit de Arbeidstijdenwet en veel van de algemene en sectorale regels van het Arbeidstijdenbesluit kunnen alleen worden toegepast bij ‘collectieve regeling’. Dat wil zeggen: nadat daarover in collectief (gemeenschappelijk) overleg overeenstemming is bereikt. Een collectieve regeling kan een cao zijn, of de rechtspositieregeling voor ambtenaren, maar ook een schriftelijke overeenstemming tussen de werkgever en het medezeggenschapsorgaan (de ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging).

naar bovenHoeveel mag uw werknemer werken?

De werknemer mag werken:

  • per dienst: maximaal 12 uur;
  • per week: maximaal 60 uur;

Let op: de werknemer mag niet iedere week het maximaal aantal uren werken. Als u zijn of haar arbeidstijd over een langere periode bekijkt, zien de werkuren er zo uit:

  • per week per 4 weken: gemiddeld 55 uur per week in een periode van vier weken lang; in een collectieve regeling (bijvoorbeeld cao) kunnen hierover afwijkende afspraken gemaakt zijn. Maar een werknemer mag nooit meer dan 60 uur per week werken;
  • per week per 16 weken: gemiddeld 48 uur per week in een periode van 16 weken lang.

Met uw werknemer maakt u afspraken hoe hij of zij de werktijd per dag en per week invult.

Voor kinderen onder de 16 en jongeren van 16 en 17 jaar gelden aparte regels. Ook gelden enkele speciale regels voor zwangere of pas bevallen vrouwen.

Rust na werktijd

  • Na een werkdag mag uw werknemer 11 uur aaneengesloten niet werken. Wel mag deze rustperiode eens in de 7 dagen ingekort worden tot 8 uur als de aard van het werk of de bedrijfsomstandigheden dit nodig maken.
  • Bij een 5-daagse werkweek mag de werknemer na een werkweek 36 uur aaneengesloten niet werken. 
  • Een langere werkweek is ook mogelijk, mits u in een periode van 14 dagen minimaal 72 uren in elke aaneengesloten periode van 7 maal 24 uren niet werkt. Deze rusttijd kan worden gesplitst in onafgebroken rustperioden van elk ten minste 32 uren (bijvoorbeeld 32 plus 40 uur).

Pauze houden

  • Werkt uw werknemer langer dan 5 1/2 uur, dan heeft hij of zij minimaal 30 minuten pauze. Die mag worden gesplitst in 2 keer een kwartier;
  • Werkt uw werknemer langer dan 10 uur, dan is de pauze minstens 45 minuten. Die mag worden gesplitst in meer pauzes van minimaal een kwartier.

In een collectieve regeling (bijvoorbeeld cao) kunnen afspraken worden gemaakt over minder pauzes. Maar als de werknemer langer dan 5 1/2 uur werkt, heeft hij of zij in ieder geval 15 minuten pauze.

naar bovenKunt u uw werknemer verplichten op zondag te werken?

Het uitgangspunt is dat uw werknemer op zondag niet hoeft te werken, tenzij u dat met hem of haar hebt afgesproken.

Werken op zondag mag overigens alleen als het soort werk dat noodzakelijk maakt. Bijvoorbeeld in de gezondheidszorg, horeca, bij de politie of brandweer. Maar bijvoorbeeld ook in de industrie waar een bepaald productieproces niet onderbroken mag worden.

Ook kunnen de bedrijfsomstandigheden zondagswerk noodzakelijk maken. In dat geval moet u eerst met de ondernemingsraad overeenstemming bereiken. Bovendien moet uw werknemer ook zelf hiermee instemmen.

Uw werknemer heeft minstens 13 vrije zondagen per jaar. Bij collectieve regeling kan zijn afgesproken dat het aantal vrije zondagen minder dan 13 is, maar ook in dit geval moet uw werknemer daar zelf mee instemmen.

naar bovenWelke regels gelden er voor nachtdiensten?

Er is sprake van een nachtdienst als er tijdens een dienst meer dan 1 uur gewerkt wordt tussen 00.00 uur ’s nachts en 06.00 uur ’s ochtends. Voor nachtdiensten gelden strengere regels dan voor dagdiensten. Daarom moet een werknemer ook 18 jaar zijn om in nachtdiensten te mogen werken.

Aantal uur in een nachtdienst

  • Per nachtdienst mag niet meer dan 10 uur gewerkt worden.
  • Als een nachtdienst eindigt ná 02.00 uur werkt uw werknemer hierna minimaal 14 uur niet. Maximaal 1 keer per week mag dat ingekort worden tot 8 uur. Maar alleen als het soort werk of de bedrijfsomstandigheden dit nodig maken.
  • Als een nachtdienst eindigt vóór 02.00 uur geldt net als bij dagdiensten dat er na de dienst 11 aaneengesloten uren niet gewerkt mag worden.
  • Maximaal 5 keer per twee weken en 22 keer per jaar mag uw werknemer 12 uur in een nachtdienst werken. Na een nachtdienst van 12 uur mag hij/zij minimaal 12 uur niet werken. 
  • Na een reeks van 3 of meer nachtdiensten mag een werknemer minimaal 46 uur niet werken. Wanneer de laatste nachtdienst bijvoorbeeld op dinsdagochtend 06.00 uur eindigt, dan mag hij vanaf donderdag 04.00 uur zijn werk hervatten.

Aantal nachtdiensten

  • Uw werknemer mag per 16 weken maximaal 36 nachtdiensten draaien.
  • Uw werknemer mag niet meer dan 7 achtereenvolgende diensten werken als één van die diensten een nachtdienst is. Dit mogen er 8 zijn als het soort werk of de bedrijfsomstandigheden dit noodzakelijk maken en dit in een collectieve regeling is afgesproken.
  • Als de werknemer slechts af en toe een nachtdienst draait (minder dan 16 keer per 16 weken) geldt hetzelfde als voor dagdiensten: gemiddeld 48 uur werken per week.
  • Als uw werknemer regelmatig nachtdiensten draait (16 keer of meer per 16 weken), dan mag hij/zij niet meer dan gemiddeld 40 uur per week werken binnen die 16 weken.

Verhogen aantal nachtdiensten

  • Het aantal nachtdiensten mag bij collectieve regeling (bijvoorbeeld cao) worden verhoogd van 117 naar 140 nachtdiensten per jaar als het soort werk of de bedrijfsomstandigheden dit noodzakelijk maken.
  • Werkt de werknemer alleen in de 'randen van de nacht', bijvoorbeeld als de werkdag om 04.00 uur begint, dan mag hij bij collectieve regeling ook gebruikmaken van de regel dat de werknemer maximaal 38 uur per 2 werkt tussen 00.00 en 06.00 uur.

Als uw werknemer bijna altijd ’s nachts werkt
Nu de nieuwe Arbeidstijdenwet op 1 april 2007 in werking is getreden, is ook de overgangsregeling Permanente nachtarbeid voor onbepaalde tijd van kracht. Als een werknemer al vóór 1 januari 1996 vooral ’s nachts werkte, en hij/zij doet dat nu nog steeds, dan mag hij ook na 1 april 2007 dit werkpatroon voortzetten. In elke periode van 4 aaneengesloten weken mag de werknemer maximaal 20 nachtdiensten draaien.

naar bovenWelke regels gelden voor oproepbaar zijn bij onvoorziene omstandigheden (consignatie)?

U kunt uw werknemers oproepbaar laten zijn om bij onvoorziene omstandigheden aan het werk te gaan. In de Arbeidstijdenwet heet dit consignatie.
Vergelijkbaar met consignatie is de bereikbaarheidsdienst. Het verschil is dat een oproep in geval van een bereikbaarheidsdienst een normaal onderdeel van de functie is, bijvoorbeeld in de kraamzorg. Bereikbaarheidsdiensten komen alleen voor in de zorgsector.

Arbeidstijd of niet?
In geval van consignatie of bereikbaarheidsdienst geldt de tijd waarin uw werknemer opgeroepen kan worden niet als arbeidstijd. Als hij echter wordt opgeroepen en aan het werk moet, telt dat wel als arbeidstijd. Voor een oproep staat minimaal een half uur arbeidstijd. Ook als hij maar een kwartier aan het werk is.
Als uw werknemer binnen een half uur nadat hij via een oproep aan het werk ging opnieuw opgeroepen wordt, geldt de tussenliggende tijd ook als arbeidstijd.

De regels in het kort bij consignatie:

  • Uw werknemer mag niet langer dan 13 uur per 24 uur werken, inclusief de uren die voortkomen uit oproepen.
  • Per 4 weken kunt u uw werknemer maximaal 14 dagen oproepbaar laten zijn.
  • Per 4 weken moet uw werknemer minimaal tweemaal 2 aaneengesloten dagen niet werken en ook niet oproepbaar zijn.
  • Direct voor en na een nachtdienst mag uw werknemer niet oproepbaar zijn. Dit mag tot 11 uur voor een nachtdienst en pas weer vanaf 14 uur erna.
  • Als uw werknemer binnen 16 weken 16 keer of meer oproepbaar is tussen 00.00 uur en 06.00 uur, mag hij niet meer dan gemiddeld 40 uur per week werken binnen die 16 weken.
    Uitzondering: hij mag binnen deze 16 weken gemiddeld 45 uur per week werken onder de volgende voorwaarden:
    1. Hij heeft direct na de laatste nachtoproep 8 uur aaneengesloten rust en hij is niet oproepbaar.
    2. Als dat niet mogelijk is, dan moet hij in ieder geval dezelfde dag nog (dus voor 24:00 uur)8 uur aaneengesloten rusten.

Let op!

  • Een oproep geldt niet als een onderbreking van de dagelijkse of wekelijkse rusttijd.
  • Een nachtoproep telt niet als nachtdienst.

Bereikbaarheids- en aanwezigheidsdienst

Naast consignatie en bereikbaarheidsdienst is in het Arbeidstijdenbesluit nog een andere vorm van ‘bereikbaar zijn’ geregeld, namelijk de aanwezigheidsdienst. In geval van een aanwezigheidsdienst moet een werknemer wel op de werkplek blijven. Voor aanwezigheidsdiensten geldt een bijzondere regeling.

naar bovenWelke regels gelden voor bereikbaar zijn op de werkplek (aanwezigheidsdienst)?

Tijdens een aanwezigheidsdienst moet uw werknemer op de werkplek blijven zodat hij na een oproep zo snel mogelijk aan het werk kan gaan. Werken in een aanwezigheidsdienst mag alleen als het soort werk dat noodzakelijk maakt en het werk redelijkerwijs niet op een andere manier te organiseren is (bijvoorbeeld in de zorg of bij de brandweer). Bovendien moet het werken in aanwezigheidsdiensten in een collectieve regeling zijn afgesproken.

Let op: Alle tijd in aanwezigheidsdienst telt als arbeidstijd. Dit betekent dat bijvoorbeeld een 24-uurs aanwezigheidsdienst niet mogelijk is binnen de algemene kaders van de wet, omdat er dan niet voldaan kan worden aan de normen voor de arbeidstijd per dienst of de dagelijkse rust. Als u echter regelmatig of voor een belangrijk deel in aanwezigheidsdienst werkt, kunnen deze regels buiten toepassing blijven,als, door het verrichten van een of meer aanwezigheidsdiensten, het niet mogelijk is aan deze algemene regels te voldoen. Voor de dagen, weken of andere referteperioden uit de wet waarin niet in aanwezigheidsdienst gewerkt wordt gelden uiteraard de algemene wettelijke regels. Dit is ook het geval als u slechts incidenteel in aanwezigheidsdienst werkt.

Voor werk in aanwezigheidsdiensten gelden de volgende regels
(N.B. Als het werken in een aanwezigheidsdienst incidenteel voorkomt, zijn de normale regels van toepassing).

  • Direct voor en na een aanwezigheidsdienst mag uw werknemer minimaal 11 uur niet werken. Per week mag deze rust 1 keer ingekort worden tot 10 uur en 1 keer tot 8 uur, als de aard van het werk of de bedrijfsomstandigheden dit nodig maken en dit collectief wordt afgesproken. Beide inkortingen mogen per 1 februari 2008 niet meer direct achter elkaar worden toegepast en moeten dus worden verspreid over de week.
  • Per 1 februari 2008 geldt dat een ingekorte rust tussen twee diensten in de daaropvolgende rustperiode moet worden gecompenseerd. Na een inkorting van de rust moet in dat geval de eerste daaropvolgende rustperiode worden verlengd met de gemiste uren.
  • Per 1 februari 2008 geldt verder dat in elke aaneengesloten periode van 7 maal 24 uren de rusttijd minstens 90 uren bedraagt. Die rusttijd moet minstens omvatten een onafgebroken rustperiode van ten minste 24 uren, alsook vier onafgebroken rustperioden van ten minste 11 uren, een onafgebroken rustperiode van ten minste 10 uren, en een onafgebroken rustperiode van ten minste 8 uren, waarbij onafgebroken rustperioden aaneengesloten kunnen zijn.
  • Een aanwezigheidsdienst mag niet langer dan 24 uur duren, inclusief wacht- of slaapuren.
  • In 26 weken mag uw werknemer maximaal 52 keer in een aanwezigheidsdienst werken.
  • Alle uren binnen een aanwezigheidsdienst - het eventueel ingeroosterde werk, het werk uit oproep en de uren van verplicht aanwezig zijn - tellen als arbeidstijd.
  • In een periode van 26 weken mag uw werknemer ten hoogste gemiddeld 48 uur per week werken.
  • U kunt in overleg met uw werknemer ook gebruikmaken van de ‘maatwerkconstructie’ of opt-out. U mag met hem een regeling treffen om tot 60 uur per week te werken. Indien uw werknemer hiermee akkoord gaat moet hij hier schriftelijk mee instemmen.
  • De schriftelijke instemming geldt voor een periode van 26 weken en wordt steeds stilzwijgend verlengd voor eenzelfde periode, tenzij uw werknemer uitdrukkelijk aangeeft dat hij het met die stilzwijgende verlenging niet eens is.

naar bovenWat zijn de uitzonderingen op de Arbeidstijdenwet?

In het Arbeidstijdenbesluit (Atb) staan uitzonderingen en aanvullingen op de Arbeidstijdenwet. Er zijn algemene uitzonderingen die gelden voor bepaalde werknemers en bepaalde situaties en uitzonderingen die alleen gelden voor een bepaalde sector, zoals de zorg of de mijnbouw. Deze sectoren hebben dus met de algemene regels uit de Arbeidstijdenwet en het Arbeidstijdenbesluit én de aparte sectorregels te maken.

Let op! Tenzij anders vermeld, is toepassing van onderstaande uitzonderingen alleen mogelijk bij collectieve regeling.

Aanwezigheidsdiensten
Tijdens een aanwezigheidsdienst moet de werknemer op de werkplek blijven om na een oproep zo snel mogelijk aan het werk te gaan. De werknemer mag alleen in een aanwezigheidsdienst werken als het soort werk dat noodzakelijk maakt en het werk niet op een andere manier te organiseren is (bijvoorbeeld in de zorg of bij de brandweer).

Langer werken voorafgaand aan feestdagen
Als het in verband met de voorbereiding op een feestdag noodzakelijk is, mag in de periode van 7 dagen voorafgaande aan die feestdag 2 keer maximaal 14 uur gewerkt worden (ook in de nacht).
Onder een feestdag wordt in ieder geval verstaan: Nieuwjaarsdag, Pasen, Koninginnedag, Hemelvaartsdag, Pinksteren, 5 december en Kerstmis, maar ook andere feestdagen kunnen hiervoor in aanmerking komen. Voor de toepassing van deze regeling is geen collectieve overeenstemming vereist.

Langere nachtdienst in het weekend
Tussen vrijdag 18.00 uur en maandag 08.00 uur mag uw werknemer, naast een nachtdienst van tien uur, twee nachtdiensten van maximaal 11 uur draaien. Na een dergelijke nachtdienst heeft de werknemer minimaal 12 uur rust. Als de werknemer van deze regeling gebruik maakt, moet hij of zij minstens 26 zondagen per jaar vrij hebben.
Deze regeling mag niet gebruikt worden in combinatie met de algemene regels voor langere nachtdiensten.

Langere nachtdienst buiten het weekend
Als buiten het weekend de bezetting van het personeel door onvoorziene omstandigheden onder het minimum komt, of omdat het een feestdag betreft, mogen de overblijvende werknemers 12-uurs nachtdiensten draaien. Gedurende deze diensten mag maximaal 12 uur worden gewerkt. Dit mag maximaal 2 keer per 2 weken en 8 keer per 52 weken. Direct na een dergelijke nachtdienst heeft uw werknemer minimaal 12 uur rust.
Ook deze regeling mag niet gebruikt worden in combinatie met de algemene regels voor langere nachtdiensten.

Langer werken bij noodzakelijke werkzaamheden
Als werkzaamheden niet uitgesteld kunnen worden mag er langer doorgewerkt worden. Hierbij moet voorop staan dat dit langer werken niet te voorkomen is. De werknemer mag dan 1 keer per 2 weken maximaal 14 uur werken (ook in de nacht). Voor de toepassing van deze regeling is geen collectieve overeenstemming vereist.

Kwartiertje extra voor overdracht van werkzaamheden
Ten behoeve van het overdragen van werkzaamheden mag de werktijd met 15 minuten worden verlengd en de dagelijkse rusttijd met 15 minuten worden verkort. Bijvoorbeeld in het geval van ploegendiensten. Als door deze 15 minuten een dienst een nachtdienst wordt, telt deze niet mee voor het aantal nachtdiensten. Voor de toepassing van deze regeling is geen collectieve overeenstemming vereist.

Oproep tijdens pauze
Als de aard van het werk dit noodzakelijk maakt, kan worden afgesproken dat uw werknemer tijdens zijn pauze oproepbaar blijft. Deze zogeheten geconsigneerde pauzes tellen niet mee voor het aantal malen dat uw werknemer geconsigneerd mag zijn. Als uw werknemer de daadwerkelijke werkplek niet mag verlaten, dan tellen deze pauzeperioden wel mee als arbeidstijd.

Afzien van pauze
Als uw werknemer door de aard van het werk de werkplek niet kan verlaten om pauze te nemen, is het mogelijk dat wordt afgezien van een pauze. Het gaat hierbij vaak om alleen werken. In dat geval mag per periode van 16 weken maximaal gemiddeld 44 uur per week worden gewerkt.
Als de afwijkende pauzeregeling op uw werknemer van toepassing is en er wordt ook gebruik gemaakt van de regeling Langere nachtdienst in het weekend, dan mag hij niet meer dan 10 uur per nachtdienst werken.

Referentieperiode verlengen naar 52 weken
Door onvoorziene omstandigheden of door de aard van het werk kan het werkaanbod sterk wisselen gedurende het jaar (bijvoorbeeld seizoensgebonden werk). In dat geval mag de 16 weken waarover de gemiddelde arbeidstijd wordt berekend (de zogenoemde referentieperiode) worden verlengd naar 52 weken. Ook mag de referentieperiode verlengd worden als uw werknemer uitsluitend of in hoofdzaak leiding geeft. Dit mag op twee manieren:

  • In een periode van 52 weken mag hij maximaal gemiddeld 48 uur per week werken. Voor deze verlenging moet er overeenstemming op cao-niveau zijn.
  • In geval van nachtdiensten: in een periode van 52 weken mag hij maximaal gemiddeld 40 uur per week werken.
    Voor deze verlenging kan ook een overeenstemming op ondernemingsniveau volstaan.

naar bovenWelke extra regels staan in het Arbeidstijdenbesluit voor het vervoer, de zorg, de mijnbouw en andere sectoren?

In het Arbeidstijdenbesluit (Atb) staan uitzonderingen en aanvullingen op de Arbeidstijdenwet. Naast algemene uitzonderingen zijn er ook aanvullende regels voor de zorg, mijnbouw, vervoerssector en overige sectoren. Deze sectoren hebben dus met de algemene regels én de aparte sectorregels te maken.

Zorg
Voor werken in de zorg geldt een aantal specifieke regels voor:

  • verpleging en verzorging
  • artsen
  • verloskundigen
  • ambulancezorg

Naar specifieke regels: zorgsector.

Mijnbouw
Voor werken in de mijnbouw geldt een aantal specifieke regels voor:

  • mijnbouwarbeid op zee
  • mijnbouwarbeid op land
  • duikers

Naar specifieke regels: mijnbouwsector.

Vervoerssectoren
Voor de sector vervoer zijn er aanvullende regels voor arbeidstijden en rusttijden:

  • wegvervoer
  • binnenvaart
  • zeescheepvaart
  • zeevisserij

Naar specifieke regels wegvervoer en  binnenvaart, zeescheepvaart en zeevisserij.

Overige sectoren
Voor de volgende sectoren zijn aanvullende regels opgesteld:

  • Audiovisuele producties
  • Baggerwerkzaamheden
  • Bioscopen
  • Brandweer
  • Brood- en banketbakkerij
  • Defensie
  • Horecabedrijf
  • Inwonend huishoudelijk personeel
  • Lokaalspoorwegen
  • Niet-nautisch personeel binnenvaart
  • Podiumkunsten
  • Schippersinternaten
  • Schoonmaakbedrijf
  • Sneeuw- en gladheidsbestrijding
  • Tentoonstellingsbouw en scheepsreparatie
  • Vrijwillige politie

Naar specifieke regels overige sectoren

naar bovenGeldt de Arbeidstijdenwet ook voor stagiairs en zelfstandigen?


In principe geldt de Arbeidstijdenwet voor iedereen die voor een werkgever werkt, dus voor alle werknemers, inclusief stagiairs, uitzendkrachten en gedetacheerden. In een aantal gevallen geldt de Arbeidstijdenwet ook voor zelfstandigen. Het gaat dan om situaties waarin ook de veiligheid van derden in het geding is, zoals in de vervoerssectoren.

naar bovenVoor wie geldt de Arbeidstijdenwet niet?


In sommige situaties is de Arbeidstijdenwet niet of gedeeltelijk niet van toepassing. Bijvoorbeeld in geval van plotselinge onvoorziene gevaarlijke situaties, waarbij het naleven van de wettelijke regels adequaat handelen zou belemmeren.

Ook geldt de Arbeidstijdenwet niet wanneer de naleving ervan het handhaven van de openbare orde zou verstoren (dit is van toepassing bij inlichtingen- en veiligheidsdiensten van de overheid en de politie).

Ook voor sommige vormen van werk geldt de Arbeidstijdenwet niet of gedeeltelijk niet. Zo gelden de regels voor zondagsarbeid niet voor mensen die een geestelijk ambt binnen de kerk hebben. Belangrijke andere uitzonderingen zijn:

  • werknemers die ten minste 3 maal het minimumloon verdienen (tenzij het gevaarlijk werk, nachtdienst of werk door niet-leidinggevenden in de mijnbouw betreft)
  • vrijwilligerswerk
  • beroepssporters
  • wetenschappelijke onderzoekers
  • gezinshuisouders
  • podiumkunstenaars
  • medisch en tandheelkundig specialisten, verpleeghuisartsen, huisartsen en sociaal geneeskundigen
  • begeleiders van school- en vakantiekampen
  • militair personeel bij inzet en bij oefeningen

naar bovenWat zijn uw overige verplichtingen?

  • U moet een deugdelijke registratie van de gewerkte uren bijhouden. Er zijn geen eisen aan de vormgeving gesteld, maar uit de registratie moet de Arbeidsinspectie wel kunnen zien of de Arbeidstijdenwet is nageleefd.
  • U moet het arbeidspatroon van uw werknemers schriftelijk vastleggen. Iedere werknemer moet het kunnen inzien.
  • Veranderingen in het arbeidspatroon (bijvoorbeeld het rooster) deelt u zo tijdig mogelijk mee. Bij collectieve regeling kan worden afgesproken wat daaronder verstaan moet worden. Als deze afspraken niet gemaakt zijn moet u dit arbeidspatroon minstens 28 dagen van tevoren aan uw werknemers bekendmaken. Alleen als de aard van het werk dat verhindert, mag u zich beperken tot mededeling van de wekelijkse en zondagsrust. Uiterlijk vier dagen van tevoren moet de werknemer te horen krijgen op welke tijdstippen hij moet werken.
  • U bent op grond van de Arbowet verplicht een risico-inventarisatie en -evaluatie (ri&e) en een plan van aanpak op te stellen. Daarin moet u ook nadrukkelijk aandacht besteden aan de arbeidstijden, de risico’s die deze kunnen inhouden en de manier waarop u die risico’s wilt beperken. Meer informatie over de ri&e.
  • U moet in uw ondernemingsbeleid zoveel mogelijk rekening houden met de persoonlijke omstandigheden van uw werknemers. Daarbij gaat het om zorgtaken, maar ook om andere verantwoordelijkheden, zoals scholing of vrijwilligerswerk. Over uw beleid moet u overleggen met de OR, de personeelsvertegenwoordiging of - als die er niet is - met de betrokken werknemers.

naar bovenOvertreding: wat zijn de gevolgen?

U kunt van uw personeel niet eisen om buiten de regels om te werken. Uw werknemers moeten er echter ook zelf op letten dat die normen niet worden overschreden. Ook de ondernemingsraad heeft tot taak erop te letten dat de wet wordt nageleefd.

Boete
De Arbeidsinspectie (AI) voert regelmatig steekproefsgewijs controles uit. Wanneer een bedrijf de wettelijke regels niet naleeft, kan de Arbeidsinspectie - eventueel na een waarschuwing - een boete opleggen.
De boetes worden berekend per persoon en per dag. De maximale hoogte van de boete is wettelijk vastgesteld op € 11.250.- (voor natuurlijke personen), en € 45.000,- (voor rechtspersonen). Bij herhaling van een overtreding binnen 24 maanden is een verhoging met 50% mogelijk.
In de tarieflijst staan de boetebedragen voor het overtreden van de Arbeidstijdenwet.

Proces-verbaal
Als de overtreding van dien aard is dat daarmee de gezondheid van kinderen of de verkeersveiligheid in het geding komt, kan een proces-verbaal worden opgemaakt voor strafrechtelijke vervolging.

naar bovenWat als er in de cao andere regels staan?


De nieuwe Arbeidstijdenwet is op 1 april 2007 in werking getreden. Voor sectoren die een cao hebben afgesloten die vóór genoemde datum in werking is getreden, is er een overgangsregeling. In deze sectoren blijft de oude wet van toepassing tot op het moment dat die cao afloopt, maar nooit langer dan 1 jaar na inwerkingtreding van de wet. Uiterlijk op 1 april 2008 geldt de nieuwe wet voor alle sectoren.

naar bovenLaatste nieuws

Europees Parlement stemt niet in met voorstel arbeidstijdenrichtlijn
Er komt geen versoepeling van de regels voor arbeidstijden: geen uitzonderingen op de maximale werkweek van 48 uur. Ook het plan dat de wachttijd niet meetelt voor de totale arbeidstijd is afgewezen door het Europees Parlement. In deze situatie sprake is van werktijd, tenzij in cao's anders besloten wordt. 
Lees het persbericht van 17-12-2008 op de website van het Europees Parlement.

naar bovenMeer informatie


Bovenstaande informatie vindt u samengevat in een schematisch overzicht.

Hebt u naar aanleiding van deze informatie nog vragen, dan kunt u gratis bellen met de Postbus 51 infolijn, tel. 0800-8051, of raadpleeg www.rijksoverheid.nl