Direct naar (in deze pagina): Hoofdnavigatie, Zoeken, English, Polski.
Huidig dossier: Arbeidstijden Direct naar (in de site): Arbeidsvoorwaarden Verlof en werktijd
Het Arbeidstijdenbesluit vervoer
In hoofdstuk 2 van het Arbeidstijdenbesluit vervoer (Atb-v) staat een aantal specifieke regels voor arbeid in het wegvervoer. Deze regels zijn een aanvulling op meer algemene regels van de Arbeidstijdenwet en - indien van toepassing - van de rij- en rusttijdenverordening (EG) nr. 561/2006).
Het hoofdstuk is van toepassing op beroepsmatige verplaatsingen over de openbare weg en daarmee direct samenhangende werkzaamheden, van (vracht-)auto’s (laadvermogen 500 kg of meer), bussen en taxi’s (niet zijnde een ambulance). Dus beroepsmatige verplaatsingen op eigen terrein of chauffeurswerkzaamheden met een bestelauto met minder dan 500 kilogram laadvermogen (bijvoorbeeld voor koeriersdiensten), vallen niet onder het Arbeidstijdenbesluit vervoer, maar onder de Arbeidstijdenwet.
Verordening (EG) nr. 561/2006.
De toepasselijkheid van het Atv-v is groter dan die van verordening (EG) nr. 561/2006. Er zijn dus vervoerscategorieën die onder het Atb-v vallen, maar niet onder de verordening. Dit wordt hier aangeduid als ‘licht wegvervoer’.
De regels van het Arbeidstijdenbesluit vervoer zijn zowel van toepassing op werknemers als op zelfstandigen, met uitzondering van de normen voor de gemiddelde arbeidstijd per week. Die gelden alleen voor werknemers.
De werkgever moet ervoor zorgen dat de regels van het Atb-v worden nageleefd. ‘Werkgever’ is degene onder wiens direct gezag de arbeid wordt verricht. Dus draagt de werkgever niet alleen verantwoordelijkheid voor de chauffeurs die hij zelf in dienst heeft, maar ook voor de chauffeurs die voor hem werken via een uitzendbureau of in het kader van het leerlingwezen.
Onder arbeid worden niet alleen vervoerswerkzaamheden begrepen, maar ook laad-, los- of administratieve activiteiten.
Vervoerscategorieën.
Welke normen precies van toepassing zijn hangt af of u behoort tot:
Collectieve regeling.
In sommige gevallen is de toepassing van een norm alleen mogelijk bij collectieve regeling. Dit betekent: nadat daarover in collectief (gemeenschappelijk) overleg overeenstemming is bereikt. Een collectieve regeling kan een cao zijn, maar ook een schriftelijke overeenstemming tussen de werkgever en het medezeggenschapsorgaan (de ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging).
Zwaar wegvervoer
Onder het Arbeidstijdenbesluit vervoer valt allereerst het vervoer dat onder verordening (EG) nr. 561/2006 valt, zoals:
Alleen voor het ‘zware’ wegvervoer geldt een tachograafplicht, telt ‘beschikbaarheidstijd’ niet mee als arbeidstijd, is er sprake van een beperking van de lengte van de nachtdienst en kan gebruik gemaakt worden van de ‘maatwerkregeling’ t.a.v. de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur.
Uitzonderingscategorieën zwaar wegvervoer
De hieronder genoemde voertuigcategorieën zijn, ook als zij overigens vallen onder de verordening, uitgezonderd van de Atb-v bepalingen over:
In plaats daarvan gelden de bepalingen voor de pauze en de dagelijkse en wekelijkse rust zoals die staan in de Arbeidstijdenwet. De overige bepalingen in het ATB-v blijven wel van toepassing, zoals bijvoorbeeld die rondom arbeidstijd en nachtdienst.
Het gaat om de volgende voertuigcategorieën:
Licht wegvervoer
Onder het Arbeidstijdenbesluit vervoer (maar niet onder verordening (EG) nr. 561/2006) vallen:
Onder de Arbeidstijdenwet(en dus niet onder het Atb-v) vallen allereerst:
Voor dit vervoer gelden de arbeids- en rusttijden van de Atw. In bepaalde gevallen is het mogelijk dat vervoer zoals met een vrachtwagen met meer dan 500 kg laadvermogen, of met een bus bestemd voor meer dan 9 personen niet onder het Arbeidstijdenbesluit vervoer valt, maar uitsluitend onder de regels van de Arbeidstijdenwet. Het betreft dan de volgende vervoerscategorieën:
Ook in deze gevallen gelden de arbeids- en rusttijden van de Atw.
Welke normen precies van toepassing zijn hangt af of u behoort tot:
Arbeidstijd en rijtijd
Onderstaande informatie betreft vooral de regels rond arbeidstijd. Maar niet alle arbeidstijd is rijtijd. Zie verder de IVW-site (Inspectie Verkeer en Waterstaat) voor aanvullende informatie over de normen voor rij- en rusttijden in het zware wegvervoer en het lichte wegvervoer, zoals taxi’s en openbaar busvervoer.
Handhaving
Uitgangspunt is, dat indien er sprake is van een dubbele normering, de Inspectiediensten (Arbeidsinspectie, Inspectie Verkeer en Waterstaat, Politie) zullen handhaven op de ruimste norm, dat wil zeggen de norm die bij collectieve regeling mogelijk is.
Uitgangspunt is dat alle tijd dat men ter beschikking staat van de werkgever, arbeidstijd is. Daaronder valt dus in ieder geval de rijtijd. Verder zijn er ook allerlei andere werkzaamheden dan rijden die als arbeidstijd tellen, zoals:
Verder geldt ook als arbeidstijd de perioden waarin de werknemer op de werkplek moet blijven en niet vrijelijk over zijn tijd kan beschikken, maar klaar moet staan om als dat (weer) kan aan het werk te gaan. Te denken valt hierbij aan wachttijden bij laden of lossen waarbij het vooraf niet bekend is hoe lang het gaat duren.
Let op:voor het bepalen van het aantal uren dat per dienst of per week gewerkt is, worden meegeteld de uren dat men normaliter gewerkt zou hebben, maar niet gewerkt heeft als gevolg van:
Niet meegeteld worden de uren in verband met:
Geen arbeidstijd
Niet als arbeidstijd telt de tijd besteed aan:
Een rust is een ononderbroken periode waarin de werknemer vrijelijk over zijn tijd kan beschikken.
Geen arbeidstijd in het zware wegvervoer
Uitsluitend voor vervoer waarop verordening (EG) nr. 561/2006 van toepassing is, is er een vorm van werkzaamheid, die niet mee telt voor de berekening van het aantal gewerkte uren. Dit is de zogenaamde beschikbaarheidstijd.
Beschikbaarheidstijd is de tijd waarin de werknemer weliswaar beschikbaar moet zijn om gevolg te geven aan eventuele oproepen om (weer) aan het werk te gaan, maar niet op de werkplek behoeft te blijven. Het moet hierbij gaan om situaties waarbij de verwachte duur van deze perioden van tevoren bekend is en de werknemer gedurende die periode vrij over zijn tijd kan beschikken. Als voorbeeld kan men denken aan een overtocht per trein of veerboot. Een ander voorbeeld is, in geval van een meervoudige bemanning, de tijd die gedurende de rit naast de bestuurder of in de slaapcabine wordt doorgebracht.
Let op: beschikbaarheidstijd telt weliswaar niet mee als arbeidstijd, maar is ook geen rusttijd! Perioden van beschikbaarheid mogen dus niet worden beschouwd als pauze of meegeteld voor de berekening van de dagelijkse of wekelijkse rust. Een periode van beschikbaarheid kan wel fungeren als een onderbreking van de rijtijd.
Licht wegvervoer
Voor wegvervoer dat niet onder verordening (EEG) nr. 561/2006 valt, maar wel onder het Arbeidstijdenbesluit vervoer geldt een maximum arbeidstijd van:
Zwaar wegvervoer
Voor wegvervoer dat onder verordening (EEG) nr. 561/2006 valt, geldt een maximum arbeidstijd van:
Nee, de in het verleden bestaande afwijkingsmogelijkheid voor wegvervoer dat onder verordening (EG) nr. 561/2006 viel, was tijdelijk en liep tot uiterlijk 23 maart 2010.
Licht wegvervoer
Voor wegvervoer dat niet onder verordening (EG) nr. 561/2006 valt, geldt alleen een pauze, gebaseerd op de Arbeidstijdenwet.
Pauze:
Zwaar wegvervoer
Wegvervoer dat onder verordening (EG) nr. 561/2006 valt – behalve de uitzonderingcategorieën ‘zwaar’ wegvervoer -, heeft te maken met zowel pauzes in de dagelijkse arbeidstijd, als onderbrekingen van de rijtijd.
Pauze:
Onderbrekingen:
Let op: tijdens een pauze of onderbreking mag er niet gereden worden en mogen er ook geen andere werkzaamheden worden verricht. In dergelijke gevallen kan een pauze natuurlijk ook gelden als onderbreking of andersom. Beschikbaarheidstijd kan niet als pauze tellen. Beschikbaarheidstijd kan wel als onderbreking worden beschouwd, mits daarin de mogelijkheid bestaat te rusten.
Het uitgangspunt is dat de werknemer op zondag niet hoeft te werken, tenzij de werkgever dit met hem heeft afgesproken.
Deze afspraak mag hij alleen maar rechtstreeks met de werknemer maken als de betreffende vervoersactiviteit het werken op zondag noodzakelijk maakt.
Ook als de aard van de arbeid het niet noodzakelijk maakt, kunnen de bedrijfsomstandigheden zondagswerk noodzakelijk maken. In dat geval moet de werkgever eerst met de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging overeenstemming bereiken. Bovendien moet de werknemer ook zelf hiermee instemmen.
In principe heeft de werknemer recht op ten minste 13 vrije zondagen per jaar. Echter, in collectief overleg kan worden afgesproken dat het aantal vrije zondagen minder dan 13 is, maar hier moet de individuele werknemer wel mee instemmen.
Voor taxivervoer wordt de zondag aangemerkt als de periode gelegen tussen zondag 06.00 uur en 24.00 uur.
Nachtdienst: meer dan 1 uur arbeid tussen 00.00 uur ’s nachts en 06.00 uur ’s ochtends.
Licht en zwaar wegvervoer
Voor alle vervoer dat onder het Atb-v valt, geldt:
Verruiming voor bijzonder vervoer
Is er sprake van:
dan geldt:
Zwaar wegvervoer
Voor wegvervoer dat onder verordening (EG) nr. 561/2006 valt geldt tevens:
Bij collectieve regeling:
Samenloop van regels doet zich voor als een werknemer verschillende werkzaamheden verricht, waarbij in de ene situatie de Arbeidstijdenwet (Atw) geldt en in de andere het Arbeidstijdenbesluit vervoer (Atb-v). Het komt in twee vormen voor, namelijk samenloop binnen één dienst en samenloop tussen twee diensten.
Samenloop binnen één dienst
Een werknemer verricht in één dienst verschillende werkzaamheden waarop verschillende regels van toepassing zijn. Dit geldt bijvoorbeeld voor de magazijnmedewerker die ook een vrachtauto bestuurt. In zijn hoedanigheid van magazijnmedewerker geldt de Arbeidstijdenwet, in die van chauffeur het Arbeidstijdenbesluit vervoer.
Let wel:twee perioden van arbeid vormen één dienst als er minder dan 8 uur tussen zit. Het is hierbij niet van belang of de werknemer zijn respectievelijke werkzaamheden verricht voor één of voor twee werkgevers. Als de magazijnmedewerker overdag voor werkgever 1 werkt en daarna, na een pauze, vervoerswerk doet voor een andere werkgever, wordt dit beschouwd als één dienst.
In geval van samenloop binnen één dienst geldt:
Samenloop tussen twee diensten
Een werknemer verricht in opeenvolgende diensten verschillende werkzaamheden waarop verschillende regels van toepassing zijn. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer een werknemer op maandag, dinsdag en donderdag een taxi bestuurt en op woensdag en vrijdag een ambulance. Op de taxi zijn de regels van het Arbeidstijdenbesluit vervoer van toepassing, op de ambulance die van de Arbeidstijdenwet (plus het Arbeidstijdenbesluit voor de verpleging en verzorging). In geval van samenloop tussen twee diensten geldt:
De onafgebroken rusttijd tussen de twee diensten bedraagt ten minste 11 uur (indien noodzakelijk 1x per 7 dagen in te korten tot 8 uur).
Daarnaast moet hij zich houden aan de overige regels van de Atw/Atb (als bestuurder van de ambulance), dan wel die van het Atb-v (als taxichauffeur).
Zowel de Arbeidstijdenwet als het Arbeidstijdenbesluit vervoer stellen grenzen voor de langere termijn. Zo stelt de Atw grenzen aan de maximale arbeidstijd per week, per 4 weken en per 16 weken, het Atb-v aan de maximale rijtijd per twee weken. Wanneer er sprake is van samenloop dan gelden de langere-termijnnormen van beide regelingen. Het komt er dan in de praktijk op neer dat de normen van toepassing zijn die de meeste bescherming bieden aan de werknemer.
Nieuwe regels voor de arbeidstijden personenchauffeurs
Personenchauffeurs die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend voor één persoon rijden, krijgen de mogelijkheid om van nieuwe, ruimere regels voor arbeidstijden gebruik te maken. Om dit mogelijk te maken heeft de ministerraad ingestemd met een voorstel van minister Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid om het Arbeidstijdenbesluit te wijzigen.
Lees het persbericht van 05-06-2009.
Voor informatie over arbeids- en rusttijden in de vervoerssectoren kunt u contact opnemen met de Inspectie Verkeer en Waterstaat, www.ivw.nl. Telefoon: 088-489 00 00.