Direct naar (in deze pagina): Hoofdnavigatie, Zoeken, English, Polski.
Huidig dossier: Prepensioen Direct naar (in de site): Arbeidsvoorwaarden Loon en (pre)pensioen
De VUT-regelingen (Vervroegde Uittreding) hadden tot doel om arbeidsplaatsen voor jongeren te creëren door oudere werknemers de mogelijkheid te geven vóór het bereiken van het 65e jaar te stoppen met werken. Maar in de loop der jaren is de regeling steeds meer gebruikt om eerder te stoppen met werken.
VUT-regelingen zijn zogeheten omslagregelingen. Dat houdt in dat u als werkende, per bedrijf of sector, premie betaalt voor de uitkeringen aan mensen die op dat moment gebruikmaken van de VUT.
Er bestaat geen wettelijk recht op een VUT-uitkering. Alleen werkgevers- en werknemersorganisaties kunnen VUT-regelingen overeenkomen.
VUT niet meer aftrekbaar
Sinds 2006 zijn de werknemerspremies voor de VUT niet meer aftrekbaar en is de werkgeversbijdrage belast.
Deze nieuwe regel geldt niet voor de premies die betaald worden voor de VUT-uitkeringen van mensen die op 1 januari 2005 al 55 jaar of ouder waren.
Prepensioen als vervanger voor VUT
Prepensioen is een vorm van vervroegd pensioen. De wet op de loonbelasting omschrijft prepensioen als een vervanger voor de VUT-regeling. Evenals de VUT-regeling wordt de prepensioenregeling in onderhandeling tussen werkgevers- en werknemersorganisaties vastgesteld.
Prepensioen fiscaal onaantrekkelijk
De opbouw van prepensioen is vanaf 2006 nog mogelijk voor deelnemers die op 1 januari 2005 al 55 jaar of ouder waren. Voor 55-minners is het weliswaar ook nog mogelijk, maar fiscaal zeer onaantrekkelijk.
Het kabinet wil eerder stoppen met werken ontmoedigen door onder andere de fiscale voordelen van VUT en prepensioen te verminderen of af te schaffen. De reden daarvoor is, dat teveel ouderen voor hun 65e jaar stoppen met werken. Het aantal werkenden wordt daardoor zo laag, dat de overheid te weinig belasting ontvangt om het stelsel van uitkeringen te kunnen bekostigen.
Vóór 31 december 2005 56 jaar of ouder?
Werknemers dievóór 31 december 2005 56 jaar of ouder zijn geworden, behouden echter de fiscale voordelen bij het sparen voor prepensioen. Ook VUT-uitkeringen voor deze leeftijdsgroep blijven onder het huidige fiscale regime vallen.
Wijzigingen in de VUT
Wijzigingen in het prepensioen
In veel pensioenregelingen kunt u eerder met pensioen dan met 65 jaar. Maar doordat uw pensioen eerder ingaat, wordt de uitkering een stuk lager. U moet immers langer rondkomen met uw pensioengeld. Bovendien hebt u minder dienstjaren, waarin u het pensioen opbouwt. Daarnaast gaat de AOW pas vanaf uw 65e jaar in.
Bekijk uw uitgavenpatroon, wensen en behoeften om te beoordelen of eerder stoppen met werken financieel haalbaar is. Het is verstandig om u te laten adviseren door een financieel deskundige.
Levensloopregeling
Via de levensloopregeling kunt u sparen voor een periode van onbetaald verlof. U kunt dit spaarsaldo ook gebruiken om eerder met pensioen te gaan. Voor oudere werknemers komt er een overgangsregeling. Meer informatie over de levensloopregeling.
Eerder stoppen met werken
Voor het opbouwen van een goed pensioen is over het algemeen 40 jaar nodig. Wie op zijn 25ste jaar begint met werken, kan op zijn 65ste jaar met pensioen. Mensen die jonger zijn begonnen met werken kunnen in principe jonger met pensioen.
Voor hen wordt het fiscaal mogelijk gemaakt om voor hun 65ste jaar met pensioen te gaan door een deel van hun opgebouwde ouderdomspensioen in te zetten om eerder te stoppen met werken.
40 jaar pensioenopbouw
Mensen die 40 jaar in een pensioenregeling hebben deelgenomen, kunnen met behoud van de huidige fiscale voordelen vanaf 63 jaar met pensioen.
Daarnaast kunnen zij gebruik maken van het tegoed in de levensloopregeling. Een werknemer die 40 jaar heeft deelgenomen in een pensioenregeling en maximaal gebruik maakt van de verruimde mogelijkheden van de levensloopregeling kan daardoor op z’n zestigste stoppen met werken.
Let op: Informeert u bij uw pensioenfonds(en) naar het exacte aantal deelnemingsjaren dat u voor uw pensioen heeft opgebouwd. U kunt er namelijk niet zonder meer van uitgaan dat u na 40 jaar werken ook 40 jaar in een pensioenregeling heeft deelgenomen. Sommige pensioenfondsen hanteerden in het verleden een leeftijdsgrens van 25 jaar. Bent u op uw 18e jaar begonnen, dan heeft u in dat geval 7 jaar niets aan uw pensioen bijgedragen. Op uw 58e heeft u na 40 jaar werken, dus nog maar 33 jaar pensioen opgebouwd. Ook veranderingen van werkgever kunnen ervoor hebben gezorgd dat u minder pensioenjaren dan gewerkte jaren heeft.
Voor algemene vragen aan de rijhksoverheid kunt u gratis bellen met Postbus 51, telefoon: 0800-8051 (gratis). U kunt ook www.rijksoverheid.nl raadplegen.