Direct naar (in deze pagina): Hoofdnavigatie, Zoeken, English, Polski.
Huidig dossier: Ouderschapsverlof Direct naar (in de site): Actualiteitenoverzicht
Ouderschapsverlof is verlof dat u kunt opnemen als u zorgt voor kinderen jonger dan acht jaar. U hebt per kind één keer recht op ouderschapsverlof.
U hebt recht op ouderschapsverlof als u minstens een jaar bij dezelfde werkgever werkt en zorgt voor een kind jonger dan acht jaar. Beide ouders hebben recht op ouderschapsverlof. Als u meer kinderen hebt, kunt u voor elk kind apart ouderschapsverlof opnemen.
Adoptiekinderen, pleegkinderen, stiefkinderen
U kunt ook ouderschapsverlof krijgen voor uw adoptiekind, pleegkind of stiefkind. Het kind moet bij u wonen.
Vanaf 1 januari 2009 is het recht op ouderschapsverlof verlengd van 13 naar 26 maal de wekelijkse arbeidsduur. De verlenging geldt alleen als u voor dat kind vóór 1 januari 2009 nog niet eerder ouderschapsverlof hebt opgenomen of gedeeltelijk hebt opgenomen.
Als u voor een kind al vóór 1 januari 2009 (gedeeltelijk) verlof hebt opgenomen, gelden de ‘oude regels’: er bestaat slechts recht op 13 weken ouderschapsverlof .
Standaard geldt dat u één jaar lang voor de helft van uw werkweek gaat werken. Als u bijvoorbeeld 32 uur per week werkt, gaat u voor één jaar 16 uur per week werken en hebt u 16 uur per week ouderschapsverlof. Voor verlof opgenomen vóór 1 januari 2009 geldt een periode van een half jaar.
In overleg met uw werkgever kunt u het ouderschapsverlof spreiden. Dit kan op de volgende manieren:
Als u voor een kind al vóór 1 januari 2009 (gedeeltelijk) verlof hebt opgenomen, gelden de ‘oude regels’:
Verandering van werkgever
Als u het verlof in delen hebt opgenomen maar in de tussentijd een nieuwe baan vindt, dan behoudt u uw verlof. Bij uw nieuwe werkgever kunt u het resterende ouderschapsverlof opnemen.
Als u het verlof in een keer heeft opgenomen, maar in de tussentijd van werkgever verandert, vervalt uw resterende verlof.
Als u zwangerschapsverlof, bevallingsverlof of adoptieverlof op wilt nemen en de periode van dit verlof valt samen met het ouderschapsverlof, dan kunt u het ouderschapsverlof stopzetten of onderbreken. U moet hiervoor een verzoek indienen bij uw werkgever. Uw werkgever kan dit niet weigeren.
U mag het onderbroken ouderschapsverlof dan op een latere datum opnemen. U blijft dus recht houden op ouderschapsverlof.
Let op: als u het ouderschapsverlof om een andere reden dan zwangerschap, bevalling of adoptie stopzet of onderbreekt, vervalt het recht op de rest van het verlof.
U vraagt het ouderschapsverlof aan bij uw werkgever. Dit doet u minstens twee maanden voordat het verlof ingaat. U vraagt het verlof schriftelijk aan. Informeer bij uw werkgever of hier een speciaal formulier voor is. Als dit niet het geval is, schrijft u zelf een brief. Daarin zet u:
Aansluitend op het bevallingsverlof
Na de bevalling heeft de moeder recht op minstens tien weken bevallingsverlof. U kunt het ouderschapsverlof hierop laten aansluiten. Bij het aanvragen van het ouderschapsverlof weet u nog niet exact wanneer uw baby wordt geboren. In uw aanvraag geeft u dan aan wat volgens u de vermoedelijke ingangsdatum van het ouderschapsverlof is.
U krijgt geen salaris voor de uren waarin u ouderschapsverlof hebt opgenomen. De uren dat u eventueel blijft werken, krijgt u uiteraard doorbetaald. In uw cao of in uw aanvullende arbeidsvoorwaarden kunnen andere afspraken staan. Er kan bijvoorbeeld zijn geregeld dat u tijdens het ouderschapsverlof (gedeeltelijk) wordt doorbetaald. Informeer hiernaar bij uw werkgever.
Kinderopvangtoeslag, zorgtoeslag en huurtoeslag
Het opnemen van ouderschapsverlof kan ook gevolgen hebben voor de hoogte van de eventuele toeslagen die u van de Belastingdienst ontvangt. Hoeveel kinderopvangtoeslag, zorgtoeslag en huurtoeslag u krijgt, is namelijk afhankelijk van de hoogte van uw inkomen. U geeft de verandering van uw inkomen door aan de Belastingdienst.
Sociaal minimum
Als u alleenstaande ouder bent en ouderschapsverlof opneemt, kunt u onder het sociaal minimum uitkomen. U kunt dan aanvullende bijstand krijgen. Hiervoor moet u wel voldoen aan bepaalde voorwaarden. Mogelijk hoeft u niet te solliciteren. Bij uw gemeente kunt u hierover meer informatie krijgen.
Levensloopregeling
In de levensloopregeling spaart u een deel van uw brutosalaris. U kunt dit spaargeld voor ouderschapsverlof gebruiken. Als u dit doet kunt u doorgaans ook een zogeheten ouderschapsverlofkorting krijgen op de inkomstenbelasting die u moet betalen. Bij voltijds verlof is dit ongeveer 650 euro per maand.
Vanaf 2009 kunt u ook van deze ouderschapsverlofkorting gebruik maken als u niet mee doet aan een levensloopregeling.
Tijdens het onbetaald ouderschapsverlof bouwt u geen vakantiedagen op. Als u naast uw ouderschapsverlof gedeeltelijk blijft werken, bouwt u over de uren dat u werkt wel vakantierechten op.
Uw werkgever mag ouderschapsverlof niet inhouden op uw vakantiedagen.
Het ouderschapsverlof loopt gewoon door als u ziek wordt tijdens dit verlof.
Inkomen
Als u ziek wordt tijdens het verlof, betaalt uw werkgever u alleen door over de uren dat u tijdens uw verlof zou werken. Uw werkgever betaalt u over deze ziekte-uren minstens zeventig procent van uw salaris door. Als u voltijds ouderschapsverlof hebt opgenomen, werkt u niet. U ontvangt dan geen salaris, ook niet als u in die periode ziek wordt.
WIA
Het opnemen van ouderschapsverlof heeft geen gevolgen voor uw eventuele uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). Het heeft bijvoorbeeld geen invloed op de berekening van de hoogte en de duur van de uitkering. Meer informatie.
Als u werkloos wordt tijdens uw ouderschapsverlof, stopt uw verlof gelijk.
Werkloosheidswet
Als de verlofperiode korter is dan 18 maanden, dan heeft het verlof geen invloed op de hoogte en duur van de WW-uitkering.
Uw werkgever kan u nooit weigeren ouderschapsverlof op te nemen volgens de standaardregeling. In een periode van twaalf maanden mag u dus altijd maximaal de helft van het aantal uren dat u in een week werkt opnemen.
Als u voor een kind al vóór 1 januari 2009 (gedeeltelijk) verlof hebt opgenomen, gelden de ‘oude regels’: volgens de standaardregeling mag u ten minste maximaal de helft van het aantal uren dat u in een week werkt opnemen in een periode van zes maanden.
Hebt u naar aanleiding van deze informatie nog vragen, dan kunt u gratis bellen met de Postbus 51 infolijn, tel. 0800-8051, of raadpleeg www.rijksoverheid.nl